Aan het laden. Even wachten.





Honden



Een nieuwe pup

Lees meer


Hond vermist of gevonden?

Lees meer


Identificatie

Lees meer


Vaccinatie

Lees meer


Tropische ziekten

Lees meer

Een nieuwe pup


  • Aanschaf van een puppy
  • Voor je pup thuiskomt!
  • Welkom thuis!
  • De eerste dagen
  • De pup en de kinderen…
Aanschaf van een puppy

Wie ‘puppy’ zegt, doet bij iedereen direct het schattige beeld opkomen van zo’n klein wezentje dat je hart doet smelten door je aan te kijken met van die super schattige fonkelende oogjes en je doet lachen met z’n strompelige en gekke kuren. Wie wil zo’n lief, schattig hondje nu niet in huis hebben?

Spijtig genoeg wordt er nu en dan wel eens vergeten dat zo’n lief klein wondertje op zal groeien tot een groot en volwassen dier waar je heel wat verantwoordelijkheid voor zal moeten opnemen en dit hun hele leven lang. Daarom is het van groot belang om even stil te staan bij enkele punten vooraleer je een puppy in huis haalt.

Wat heeft een puppy zoal nodig?

  • een veilige omgeving
  • voldoende ruimte om te kunnen bewegen en spelen
  • vaccinatie en enkele keren een check-up bij de dierenarts
  • een evenwichtig voedingspatroon (brokjes zijn een ideale voeding door het gebalanceerde samenstelling)
  • een liefhebbende, maar consequente opvoeding (respect is héél belangrijk!)
  • een baasje dat voor 200% achter hem staat

Wat al zeker een belangrijk vraag voor jezelf zou moeten zijn: 
Laat mijn levensstijl het toe om een hond in huis te halen? 
Ben je amper thuis door je werk of ga je regelmatig op reis, dan mag je zeker niet vergeten dat een hond een roedeldier is en niet graag lang alleen blijft. De hond zal deel uitmaken van je gezin en dus deel uitmaken van ‘de roedel’. Een echt gezelschapshondje is dan eigenlijk al niet aangeraden.

Een hond moet regelmatig uitgelaten worden om z’n behoefte te doen (ja, ook als het regent!) en heeft z’n dagelijkse beweging nodig. Hier kruipt al dan niet veel tijd in (jachthond versus schoothondje bv.). Ook dient deze 2 maal per dag eten te krijgen, sommige honden dienen zelfs regelmatig geborsteld te worden (lange vacht), er komt heel wat haarverlies bij kijken en afhankelijk van het ras varieert dit tussen grote plukken of gewoon wat losse haren die zich op de grond verspreiden (Berner Sennenhond versus Franse Bulldog).

En er dient ook tijd gemaakt te worden om te spelen en te knuffelen!

Heb ik voldoende ruimte voor een hond?
Heb ik plaats in huis voor een grote hond of past een klein hondje beter? Er is een groot verschil tussen een Deense Dog in huis halen of een Maltezer… Ook belangrijk om rekening mee te houden is dat bepaalde hondenrassen heel speels en actief zullen zijn in huis, daar waar andere dan weer rustiger zullen zijn van karakter. Heb ik een (veilig afgesloten!) tuin waar de hond vrij kan loslopen of moet ik me daar voor verplaatsen?

Hoe denkt mijn gezin erover en wat met de buren?
Ook niet onbelangrijk is dat iedereen die deel uitmaakt van het gezin achter de hond moet staan. Er is niets leuk aan om een van je huisgenoten heel de tijd te horen brullen of grommen tegen je hond, noch voor jou noch voor de hond zelf.
Buren zijn eigenlijk ook een belangrijke factor om rekening mee te houden. Hoe reageren die mensen op honden, want elke hond blaft wel eens en sommigen blaffen al eens wat langer door dan anderen…

De consequenties van een hond in huis?
Een hond zal heel z’n leven onder jouw verantwoordelijkheid leven. Hij zal een financiële verandering teweeg brengen en een groot deel van je tijd op eisen.
Hou ook altijd in je achterhoofd dat er heel wat mis kan gaan tijdens je hond z’n leventje wat gepaard kan gaan met extra medische kosten zoals:

  • een levenslang dieet (denk hierbij aan voedselallergie, nierproblemen, kristalvorming in de urine…)
  • levenslange medicatie ter ondersteuning van gewrichten, hartproblemen, te snelle/trage schildklier…
  • chronische ontstekingen van het oor of tussen de huidplooien
  • chirurgische ingrepen (gescheurde kruisbanden bv.)

Sommige honden dienen al vanaf hun puppyfase opgevolgd te worden, andere honden vertonen pas op hun oude dag een eerste kwaaltje; met andere woorden: hier staat geen leeftijd op. Bedenk voor jezelf of je hiervoor open zal staan als er zich problemen voordoen.

Welke hond past bij mij?
Wil ik een waakhond? Moet ik rekening houden met een hond die met kinderen moet omgaan? Wil ik een hond om mee te gaan lopen of uren te bewegen of wil ik liever een hondje dat tevreden is met wat beweging, maar nog liever op de schoot komt liggen?
Hoe woon ik? Op een appartement is het niet echt aangeraden om met super actieve werkhonden te zitten (denk hierbij aan herders en jachthonden). Ook de rassen van zwaardere kalibers, zoals Sint-Bernards, Bullmastiff, Bordeaux Doggen, Berner Sennenhonden…, horen niet zo thuis op een appartementje en al zeker niet als er enkel een trap aanwezig is. Waarom? Omdat traplopen niet zo goed is voor hun heupen en veel van die zwaardere hondenrassen hebben vaak heupproblemen, plus je moet ook stilstaan bij het feit: wat als mijn hond de trap niet zelf meer op kan?
Heb ik kinderen? Ja: neem dan een hond die tegen een stootje kan.
Heb ik een tuin die mogelijkheid biedt om mijn hond voldoende loopvrijheid te geven? Actieve honden zoals Border Collies hebben dit echt wel nodig!
Honden met lange vacht vragen om veel meer onderhoud dan honden met een gladde, korte vacht. Denk hiebij aan toilettage, regelmatig borstelen, kuiswerk in huis…

Voor je pup thuiskomt!

Eigen plekje

Het is heel belangrijk dat je een plekje voorziet in huis dat alleen van de puppy is, zoals een bench of een mandje. Zorg ook dat deze ergens in een hoek van de kamer staat, zodat de puppy een rustig plekje heeft en toch alles kan waarnemen. Zo geef je de kans om te wennen aan zijn nieuwe thuis. Zorg ook dat dit veilige plekje niet op een plaats is waar iedereen continu passeert. Dit kan dreigend overkomen. Wat je ook in het achterhoofd moet houden: zijn veilig plekje moet ook gemakkelijk te reinigen zijn om de kleine ongelukjes op te kuisen in het begin.

Veilige omgeving

Zorg ervoor dat je pup in een veilige omgeving kan rondlopen en nergens een risico loopt in huis.
Stel jezelf volgende vragen:
– Liggen er snoeren?
– Kan de pup vallen?
– Zijn de ruimtes waar de pup niet mag komen afsluitbaar?
– Kan hij bekneld raken?

Check ook even of de ramen, balkons en trappen veilig zijn. Werk met traphekjes waar nodig.

Buiten spelen, opgepast!

Controleer zeker je tuin op mogelijke risico’s.

– Kan de puppy ontsnappen via gaten in de omheining?
– Kan de puppy niet vast komen te zitten door mankementjes in de omheining?
– Hebben we iets van vergif in de tuin gelegd gehad?
– Staan er giftige planten in de tuin?

Laat je puppy in het begin nooit alleen in de tuin, zodat je ongewenst gedrag kan voorkomen (graven in de planten etc.)

Wat in huis hebben?

– mand of bench
– speelgoed voor puppy’s
– eet- en drinkbak
– voeding
– borstel en kam
– eventueel verzorgingsproducten

Welkom thuis!

De auto

Spannend! De dag is aangebroken dat je je pup mag gaan halen!
Dit is niet alleen voor de baasjes een spannend moment, maar ook voor de pup zelf. De eerste keer in de auto kan wat voor opwinding zorgen. Sommige fokkers doen af en toe al wel eens een toertje met de puppy’s zodat ze het gewoon zijn. Vraag anders gerust aan de fokker of deze dit wil doen.

Spreek af met de fokker dat je pup niet heeft gegeten vlak voor hij moet vertrekken. De pup kan namelijk wagenziek worden, dus zorg sowieso dat je spulletjes mee hebt om eventuele ongelukjes in de auto te kunnen opruimen. Wordt de pup toch wagenziek, schenk er dan niet teveel aandacht aan en wordt vooral NIET boos! Ruim het gewoon op, zonder boos zijn, zonder troosten. Troosten geeft bevestiging van de onaangename ervaring en dit zal dan laters problemen geven om ze mee te nemen in de auto.

Nieuwe omgeving

Thuiskomen in zijn nieuwe omgeving is heel indrukwekkend. Je nieuwe huisgenoot heeft net zijn vertrouwde omgeving met moeder, broertjes en zusjes verlaten. Geef het diertje dan ook een dag of drie de tijd om zich te kunnen aanpassen. Laat hem gewoon wat rustig rondsnuffelen. Eens hij moe is en ergens gaat liggen, leg hem dan op zijn voorziene plekje waar hij tot rust kan komen. Blijf er gerust even bijzitten terwijl je hem aait. Valt de pup in slaap? Laat hem rustig slapen en maak hem niet wakker.

Meestal krijg je van bij de fokker wel en doekje of knuffel mee vanuit zijn nestje, waar zijn vertrouwde geur op zit. Leg dit mee in zijn nieuw nestje en je pup zal het iets makkelijker hebben met de aanpassing.

De eerste dagen

De eerste dagen is het normaal dat je puppy zijn mama en broertjes en zusjes zal missen. Daarom is het niet slecht om de eerste 3 nachten op de zetel te slapen met de mand/bench naast jou of zet de mand/bench 1 nacht naast je bed (maar dan ook slechts 1 nacht!). Eens je de induk krijgt dat de puppy zich heeft aangepast, kan je de mand/bench weer op zijn voorziene plekje zetten en hem daar laten slapen.

Hou het rustig in huis! Iedereen is natuurlijk benieuwd naar je nieuwe aanwinst, maar dat kan gerust enkele dagen wachten om hem te komen bewonderen. Laat de pup eerst wennen aan zijn nieuwe gezin, zijn nieuwe roedel.

Normaal gezien krijg je ook wat voeding mee van de fokker. Geef deze gerust verder in het begin, zodat niet alles in één keer veranderd.

Ook is het ten zeerste aangeraden om onmiddellijk met zindelijkheidstraining te beginnen. Honden zijn van nature zo ingesteld dat ze hun nest niet graag vuil maken. Je zal de pup dan ook in het begin om de 2u moeten buiten laten. Breng hem na zijn slaapje, na het spelen, na het eten naar buiten. Ook voordat u gaat slapen en als u opstaat, laat u de pup best eens uit. Wij raden ook aan om de drinkkom buiten te zetten, zodat ze deze twee aan elkaar gaan linken.
Beloon de pup gerust uitbundig als hij buiten zijn behoefte heeft gedaan. Is er binnen toch eens een ongelukje gebeurd? Blijf rustig. Als je het ziet gebeuren, kan je de pup opnemen en buiten zetten op de plek waar hij zijn behoefte moet doen. Heb je het pas later gemerkt, ruim het gewoon op. Reageren heeft op dit moment geen zin meer.

De pup en de kinderen…

Als u kinderen hebt, zijn deze waarschijnlijk nog meer opgewonden dan uzelf om de nieuwe huisgenoot te verwelkomen.
Toch is het aangeraden om dan nog een extra oogje in het zeil te houden. Kinderen hebben vaak het besef nog niet dat ze heel voorzichtig moeten omgaan met zo’n kleine beestjes. Pijnlijke ervaringen kunnen het karakter van uw hond negatief gaan beïnvloeden. Laat de kinderen rustig op de grond zitten en laat hen zo de puppy roepen. Zo krijgt de pup de kans om rustig kennis te gaan maken. Laat kinderen ook nooit alleen met de puppy!

Enkele tips:

– Laat kinderen de pup niet optillen
– Zorg dat ze niet achter de kleine rakker aanlopen, dit kan heel dreigend overkomen
– Leer hen dat ze de pup moeten gerust laten als deze in zijn mand/bench ligt of gaat eten
– Enkel met een volwassene in de buurt, mogen de kids met de pup spelen en knuffelen

Hond vermist of gevonden?


Vermist…

Het kan ons allemaal wel eens overkomen dat onze geliefde viervoeter ons op één of andere manier ontsnapt. Gelukkig worden de meeste honden weer binnen enkele uren herenigd met hun baasjes.
Maar wat moet je nu eigenlijk doen als je hond vermist is en blijft?

  • Je geeft dit best door aan DogID op het nummer +32 (0)2 333 92 22. Je kan bij hen terecht tussen 8u en 20u.
  • Informeer bij de lokale politie of dierenarts(en) om te horen of zij geen melding hebben gekregen. Zo niet, laat een zo goed mogelijke beschrijving achter alsook jouw gegevens en eventueel chipnummer van je hond.
  • Maak gebruik van social media!

Gevonden!

Gelukkig zijn er ook vaak dierenvrienden die er alles aan doen om een hond die alleen op pad is,te vangen. Maar wat moet je dan doen?
Je kan het best contact opnemen met de lokale politie. Zij komen de hond dan ophalen en beschikken over de nodige uitrusting om de chip af te lezen en de baasjes weer op te sporen. Meestal komen gevonden dieren bij ons terecht, maar vaak moeten we zelf beroep doen op de politie als er geen reactie komt van baasjes of als de dieren niet in orde zijn (geen chip dus), daarom adviseren we om contact op te nemen met de politie.

Identificatie


Sedert 1 september 1998 is het bij wet verplicht dat elke hond geïdentificeerd en geregistreerd moet zijn. De databank die deze gegevens bijhoudt is DogID. In oktober 2004 werd er ook beslist dat iedere hond (alsook kat en fret) vergezeld moet zijn van een paspoort bij het reizen buiten België. Sindsdien wordt er automatisch een paspoort meegeven als de honden hun chip krijgen.

BE 01 en BE 03 paspoorten voor de hond

Tot voor 29 december 2014 waren de BE 01 paspoorten in omloop. Daarna zijn de nieuwe BE 03 paspoorten gelanceerd, gepaard gaande met een strengere wetgeving rond het reizen met gezelschapsdieren (hond, kat en fret) binnen de Europese Unie. Met andere woorden: voor honden geboren NA 29 december 2014 zijn enkel de BE 03 paspoorten een geldig document om te reizen binnen de EU. Deze paspoorten dienen dan ook alle identificatiegegevens te bevatten van zowel dier als eigenaar, alsook de handtekening van deze laatste.

Waarvoor dient het paspoort nog?
– vaccinaties noteren
– ontworming aanduiden
– gezondheidscertificaten voor reizen naar het buitenland

De microchip

De microchip zit in een heel klein glazen buisje en wordt in de linker hals onderhuids aangebracht. Het inbrengen van de chip is zo goed als pijnloos. Het chipnummer is een unieke 15-delige code en wordt afgelezen met een speciaal toestel. Al de gegevens van je hond worden aan deze nummer gelinkt en worden samen met het chipnummer geregistreed in de databank van DogID. Als je hond dan toch eens verloren raakt en gevonden wordt, dan kan aan de hand van de chip de juiste eigenaar weer terug gevonden worden.

NOTA:
Sommige honden zijn nog geïdentificeerd aan de hand van een tatoeage. Hou rekening met het feit dat een tatoeage als erkenning NIET voldoet voor het reizen naar Het Verenigd Koninkrijk, Ierland of Malta. Voor het reizen naar andere EU-landen zijn alleen de tatoeges geldig als ze geplaatst werden vóór 3 juli 2011!

Vaccinatie


Vaccineren biedt een verbetering aan de levenskwaliteit van onze honden. Het zorgt ervoor dat ze beschermd worden tegen infecties die dodelijk kunnen zijn of ernstige aandoeningen kunnen veroorzaken. De nieuwe vaccins die op de markt komen, zijn dan ook zodanig samengesteld dat ze veilig kunnen toegediend worden en heel efficiënt zijn. Bij vaccinatie wordt er eigenlijk gebruik gemaakt van het immuunsysteem. We stellen het dier namelijk bloot aan een onschadelijke vorm van een virus (levende of dode vorm) waardoor het lichaam een immunologisch geheugen gaat opbouwen, zodanig dat bij besmetting de ziekte snel herkent zal worden en het lichaam direct kan reageren. Ook de maternale immuniteit wordt versterkt. Als de jongen geboren zijn, krijgen deze onmiddellijk een immuniteitsboost bij het drinken van de eerste moedermelk. Dit principe van vaccineren wordt trouwens ook toegepast bij de mensen.

Nog een belangrijk punt dat zeker niet vergeten mag worden: als we onze dieren vaccineren, beschermen we zowel het individuele dier alsook grotere populaties tegen dodelijke of ziekte-inducerende infecties, maar ook de mens wordt mee beschermd tegen zoönoses (ziekten die van dier op mens kunnen overgaan en vica versa). Beste voorbeelden hiervan zijn hondsdolheid en rattenziekte.

Ook kan er vanaf nu een VacciCheck gebeuren om een vaccinatieschema op maat te maken! Wij raden dit aan bij dieren vanaf 6jaar.


  • VacciCheck
  • Vaccinatieschema
  • Hondenziekte of ziekte van Carré
  • Kattenziekte of Parvo
  • Rattenziekte of de ziekte van Weil
  • Kennelhoest
  • Hepatitis
  • Rabiës of Hondsdolheid
  • CANINE HERPESVIRUS = Fading puppy syndrome
VacciCheck

Wat is VacciCheck?

Dankzij de VacciCheck kunnen we gaan vaccineren op maat!
Deze test geeft aan of uw hond nog voldoende antistoffen heeft tegen de meest voorkomende ziekten waartegen we kunnen vaccineren. Als de hoeveelheid antistoffen in het bloed (= titter) nog voldoende hoog is, dan moeten we niet opnieuw gaan vaccineren.
Wij raden aan om de VacciCheck uit te voeren bij dieren vanaf 6 jaar.

Waarvoor kan getest worden?

– Parvo
– Hondenziekte
– Hepatitis

Hoe wordt de VacciCheck gedaan?

Voor de VacciCheck hebben we slechts één druppel bloed nodig en het duurt ongeveer een half uur vooraleer we het resultaat weten. Deze druppel bloed wordt dan in een reagens gedaan en aan de hand van een kammetje zal dit verschillende stappen moeten doorlopen. Je kan hiervoor een afspraak maken op het moment dat je normaal moet langskomen voor de jaarlijkse gezondheidscontrole. Hou er wel rekening mee dat het vaccin tegen rattenziekte en kennelhoest wel degelijk jaarlijks herhaald moeten worden! Het vaccin voor Rabiës dient om de drie jaar herhaald te worden indien men naar het buitenland gaat.

Voordelen voor:

– dieren die gevoelig gereageerd hebben op hun inentingen
– zieke dieren, zoals dieren met epilepsie of auto-immuunziekte, zodat deze zo min mogelijk geënt moeten worden
– oudere dieren: kijken of ze voldoende beschermd zijn
– honden die van het buitenland komen en waarvan de entstatus niet gekend is of waarover twijfel bestaat
– het opstellen van individuele vaccinatieschema’s

Vaccinatieschema

Hondsdolheid: wij raden aan om te vaccineren tegen rabiës vanaf de leeftijd van 6 maanden, daar de werkingsduur van het vaccin dan ook geldig is voor 3 jaar. Pups die vroeger dan 3 maanden gevaccineerd worden tegen rabiës, moeten een herhaling krijgen 6 maanden na hun primovaccinatie! Hou ook rekening met het feit dat het vaccin pas 100% actief is na 3 weken, wat héél belangrijk is als je op reis gaat naar het buitenland en je hond voor de allereerste keer gevaccineerd moet worden tegen hondsdolheid; dit dient dan te gebeuren 30 dagen vóór vertrek!

Hondenziekte of ziekte van Carré

Hondenziekte of de ziekte van Carré of Distemper werd rond +/- 1900 ontdekt door Dhr. Carré. Hij kwam er achter dat het om een virus ging en niet over ‘een straf van God’ zoals voordien werd beweerd.

Het virus is weinig resistent en wordt dan ook snel geïnactiveerd als er met chloorpreparaten of formol ontsmet wordt. Het zou ook verwant zijn aan het humane mazelenvirus, maar deze ziekte is geen zoönose en vormt dus geen besmettingsgevaar voor de mens.

Hondenziekte wordt voornamelijk waargenomen in asielen en kennels, daar waar de infectiedruk heel hoog ligt. De besmetting zelf gebeurt door direct contact, wat wil zeggen dat het virus zich verder verspreidt als er contact is tussen jouw hond en besmette neusvloei, faeces (stoelgang), urine of zelfs gewoon door in de buurt te staan als een besmette hond moet hoesten.

De infectie zelf is afhankelijk van drie zaken:
1. leeftijd van het dier
2. virulentiegraad
3. immuniteit van het dier:
– sterke afweer ter hoogte van slijmvliezen: hond wordt niet ziek
– trage immuniteit: klassieke hondenziekte
– matige immuniteit: eerst onvolledig herstel met later stoornissen in het centrale zenuwstelsel of hard pad disease

Hard pad disease: het ontstaan van een te dikke hoornlaag thv de voetzolen en neusspiegel.

De incubatietijd bedraagt 2 – 6 weken, maar de eerste koortspiek doet zich reeds voor 3 à 6 dagen na de infectie. In het totaal zijn er twee koortsperiodes gepaard gaande met neusuitvloei en ooguitvloei. Iets later zullen er symptomen optreden ter hoogte van de luchtwegen: hoesten, keelontsteking, lopende neus of verstopte neus en er bestaat zelfs een kans op longontsteking; alsook symptomen ter hoogte van maag- darmstelsel: braken en diarree met bloed.

Het zijn voornamelijk de jonge dieren die zeer gevoelig zijn, zeker indien ze jonger zijn dan 6 maanden, dan is de maternale immuniteit volledig weggevallen. Bij pups leidt de ziekte in 50% van de gevallen spijtig genoeg tot de dood. Dieren die de ziekte doorgemaakt hebben en genezen, zijn voor de rest van hun leven immuun tegen hondenziekte.
Pups van goed beschermde moeders krijgen al antistoffen binnen via de placenta alsook bij het drinken van de eerste moedermelk. Rond de leeftijd van 9 à 12 weken valt de maternale immuniteit weg en worden de pups gevoelig aan infectie en daarom worden hondjes gevaccineerd op 6 – 9 – 12 weken tegen hondenziekte.

Vanaf de leeftijd van 6 jaar kunnen we ook een VacciCheck doen om te kijken of de honden nog voldoende beschermd zijn tegen o.a. hondenziekte en dan kunnen we aan de hand van die resultaten een vaccinatieschema maken aangepast aan uw huisdier.

Kattenziekte of Parvo

Canine Parvovirose of Parvo of zoals in de volksmond gezegd wordt: kattenziekte. Deze virale ziekte vertoont vele gelijkenissen met kattenziekte bij de kat, maar is toch niet hetzelfde en desondanks de naam is het virus enkel pathogeen voor honden en wolven.

In tegenstelling met het virus bij hondenziekte, is het parvovirus zeer resistent ten opzichte van omgevingsfactoren en ontsmettingsmiddelen. Het kan maandenlang infectieus blijven buiten de gastheer en zelfs tot 1 jaar in uitwerpselen.

Parvo wordt meestal waargenomen in kennels en asielen door de hoge infectiedruk.
Het virus verspreid zich via de stoelgang en komt na besmetting al vrij na 48u tot max. 2 weken nadien. De besmetting zelf gebeurd op een direct manier (hondenkussens, kooi, vloer…) of op een indirecte manier (schoenen, kledij…).
Het virus wordt meestal opgenomen via de muil (soms langs de neus) en tast voornamelijk het maag- darmkanaal aan met als symptomen: braken, hoge koorts, anorexie en waterige diarree met bloed erin.

Pups, zeker jonger dan 6 maanden, zijn hier zéér gevoelig aan. Ze stoppen met eten, drogen snel uit en raken onderkoeld. Ook kan er bij pups een plotselinge sterfte optreden indien de hartspier wordt aangetast.

Na een infectie met het parvovirus krijgen de dieren een langdurige en zeer stevige immuniteit, maar voorkomen is natuurlijk beter dan genezen. Daarom vaccineren wij de puppy’s tegen parvo op een leeftijd van 6 – 9 – 12 weken en dan komt er na 1 jaar een herhaling.

Vanaf de leeftijd van 6 jaar kunnen we ook een VacciCheck doen om te kijken of uw dier nog voldoende beschermd is tegen o.a. parvo. Zo kunnen we een aangepast vaccinatieschema opstarten voor uw huisdier.

Rattenziekte of de ziekte van Weil

Leptospirose of de ziekte van Weil of rattenziekte wordt veroorzaakt door bacteriën (de leptospiren) en is een zoönose, wat wil zeggen dat er vorm bestaat van leptospirose die ook besmettelijk is voor de mens.

De leptospiren treden binnen via wondjes, beschadigde huid en slijmvliezen. Ze kunnen overleven in verdunde urine van ratten, denk hierbij aan waterplassen, waarin honden (of mensen) gaan zwemmen. Finaal gaan de leptospiren zich vooral nestelen in de nieren en lever van hun gastheer waardoor nierinsufficiëntie, geelzucht, puntbloedingen en spierpijnen gaan ontstaan. De incubatietijd bedraagt ongeveer 2 weken.

Zoals de naam al aangeeft, spelen ratten een hele belangrijke rol in het verspreiden van de ziekte. Zij zijn namelijk het reservoir waar de leptospiren leven in de nieren en deze worden dan via de urine uitgescheiden. Ook honden, muizen, runderen…kunnen een reservoir zijn voor de leptospiren, dus niet alleen de rat. Eens de leptospiren vrijgekomen zijn in de natuur kunnen ze geruime tijd (zelfs maanden) overleven, zeker bij warme en vochtige omstandigheden in water, vijvers en vochtige aarde. In onverdunde urine of in een droge omgeving sterft de bacterie snel en deze is ook gevoelig aan alle desinfectantia.

Als de mens besmet wordt, gaan er zich griepsymptomen voordoen, raken de nieren en lever aangetast, kunnen er longbloedingen ontstaan en zelfs hersenvliesontsteking.

Bij dieren met leptospirose moet er behandeld worden met antibiotica (bacteriële infectie), maar gelukkig kan hier toch tegen gevaccineerd worden op de leeftijd van 9 en 12 weken met een herhalingsbooster na 1 jaar.

Kennelhoest

Kennelhoest of infectieuze tracheobronchitis wordt veroorzaakt door een samenspel van:
– de Bordetella bronchiseptica bacterie
– het para-influenza virus of griepvirus
– het adenovirus type 2

Kennelhoest is een verzamelnaam voor besmettelijke aandoeningen van de voorste luchtwegen waarbij droge hoest een heel typisch kenmerk is. Levensbedreigend is het niet echt, maar het kan wel enkele dagen tot weken aanhouden. Alleen bij zeer jonge pups zien we wel eens dat de zieke diertjes het niet halen.

Deze ziekte zien we heel vaak terug in kennels, pensions, klinieken, shows… Met andere woorden: op plaatsen waar veel honden samenkomen.

Volgende symptomen zullen optreden: een droge, maar pijnloze hoest met soms een ontsteking van de voorste luchtwegen en longontsteking, oog- en neusvloei en koorts.

Het para-influenza virus verspreidt zich voornamelijk via de lucht en tast de bovenste luchtwegen aan. Komt daar bovenop nog een besmetting met de Bordetella bronchiseptica bacterie of mycoplasmen, dan zullen de ademhalingssymptomen ook veel erger zijn.
Het adenovirus type 2 veroorzaakt infectieuze laryngotracheïtis en tast enkel de bovenste luchtwegen aan.

De vaccins tegen griep en bordetella sluiten een milde infectie van de bovenste luchtwegen niet uit, maar zorgen er mede voor dat de longletsels milder zijn of zelfs voorkomen worden. De opbouw van deze antistoffen gebeurt eerder traag, dus hou rekening dat de vaccin een 10-tal dagen nodig heeft om volledig werkzaam te zijn. Sinds enkele jaren bestaat er een neusdruppelvaccin wat een veel snellere bescherming geeft dan de injectie.

Hepatitis

Infectieuze Canine Hepatitis of besmettelijke leverontsteking wordt veroorzaakt door het zeer resistente adenovirus type 1.
Honden en vossen zijn zeer gevoelig voor dit virus. De opname van het virus gebeurd via inhalatie of ingestie en tot 6 maanden na besmetting kunnen herstellende honden nog steeds het virus uitscheiden via de urine.

De algemene symptomen die optreden zijn: sufheid, koorts, braken, diarree, oog- en neusuitvloei.
Na algemene infectie overleeft het virus in de nieren en de ogen, wat zal leiden tot nierontsteking en corneatroebeling.

Bij pups die besmet geraken zien we 50% sterfte optreden en in acute vorm bij zeer jonge pups wordt de lever aangetast waardoor er stollingsstoornissen, geelzucht, bloedarmoede en vochtophoping zal optreden.

Vanaf de leeftijd van 6 jaar kunnen we een VacciCheck uitvoeren om te kijken of de honden nog voldoende beschermd zijn tegen o.a. Hepatitis.

Rabiës of Hondsdolheid

Rabiës is een virale ziekte die kan voorkomen bij alle zoogdieren, gekenmerkt door nerveuze symptomen met dodelijke afloop. De besmetting verloopt via de beet van een besmet dier (meestal carnivoor).

Deze ziekte valt onder de zoönosen, wat wil zeggen dat deze ziekte overgedragen kan worden op de mens en omgekeerd. Ook bij de mens kent deze ziekte alleen een dodelijke afloop.

In rottende kadavers kan het virus 2 weken actief blijven, maar gelukkig is het virus gevoelig aan heel veel desinfectantia. Zoogdieren en mens zijn heel gevoelig aan besmetting, waarbij de vos de ideale gastheer is.

Zoals eerder aangehaald werd, verloopt de verspreiding van de ziekte via een beet van een besmet dier, maar niet elke beet leidt tot besmetting.
Waarom?
– het speeksel bevat soms te weinig of geen virus
– het is maar een oppervlakkige wonde
– de beet veroorzaakt een sterk bloedende wonde (virus spoelt meteen weg)
– er is te weinig zenuwweefsel ter hoogte van de beet

Meer dan 90% van de besmette vossen scheidt virus uit via het speeksel en de verspreiding gebeurt voornamelijk in de bronstperiode (december – januari) en bij het uitzwerven van de jongen (oktober – november).

Bij een beet die effectief tot besmetting leidt, klimt het virus via de zenuwen naar de hersenen (de grootste besmetting gebeurd ter hoogte van het gedragcentrum) en gaat daarna verder naar alle organen. Besmetting via de muil kan ook, maar dan moet er al een hele grote inname zijn van het virus. Het vaccineren van de vossen wordt wel gebaseerd op het principe van orale opname.
De incubatietijd schommelt tussen 1 week en 1 jaar.

Enkele weetjes:

– rabiës eist wereldwijd 1 leven om de 10 minuten
– 40% van de slachtoffers zijn kinderen
– wereldwijd lopen 3,3 miljard mensen risico op
besmetting
– meer dan 95% van de menselijke gevallen van
rabiës wordt verspreid door honden

Indien u naar het buitenland reist met uw huisdier, bent u verplicht om uw hond of kat te laten vaccineren tegen rabiës!
Is het de eerste keer of is een reeds toegediend vaccin uitgewerkt, dan dient de vaccinatie 3 weken vóór vertrek te gebeuren! Het vaccin zal een werking hebben van 3 jaar.

CANINE HERPESVIRUS = Fading puppy syndrome

Een uitbraak van het canine herpesvirus in kennels brengt een hoog mortaliteitscijfer van de pups met zich mee.

Gelukkig is het virus wel gevoelig voor detergenten (reinigingsproducten).

We zien het virus vaak opduiken bij de leeftijdscategorie van 4 tot 6 jaar, omdat deze honden reeds meerdere seksuele contacten hebben gehad en dus ook meer in contact komen met het virus.

Teven die dienen voor de fok worden besmet met het virus tijdens de dekking. Helaas geef dit nefaste gevolgen voor de pups, want deze worden op hun beurt ook besmet.
De pups kunnen op verschillende manieren besmet geraken:

  1. Tijdens de passage van het geboortekanaal (alleen bij een geïnfecteerde moeder)
  2. De pups kunnen mekaar onderling besmetten
  3. Overdracht tijdens de dracht door de placenta met als gevolg abortus, mummies, vroeggeboorte of zwakke pups

Hoe weet ik nu of mijn hond besmet is met het herpesvirus?

Wel volgende symptomen kunnen optreden: vruchtbaarheidsproblemen, in die zin dat de teef moeilijk drachtig wordt, ze heeft kleine nesten of haar lichaam breekt de dracht af (abortus). Ook kan je bij de teef vaginitis en/of pokachtige letsels waarnemen in de pro-oestrus; dit is de eerste fase van de loopsheid waarin het bloedverlies begint en de vulvalippen zwellen.

Bij een besmette reu zou regelmatige ontsteking van de voorhuid dan weer een waarschuwing kunnen zijn.

Spijtig genoeg kunnen we het canine herpesvirus ook vaststellen wanneer er sprake is van neonatale sterfte. De meeste pups sterven binnen de 48 uur na de geboorte. De teef zal normaal lacteren, maar we kunnen wel volgende problemen vaststellen bij de besmette pups: anorexie, diarree, neusvloei, schreeuwen, buikpijn, onderhuidse vochtophoping, het maken van fietsbewegingen en uiteindelijk sterven ze door inwendige bloedingen.
Oudere pups van 2à 3 weken zullen een milde rhinitis (ontsteking van het neusslijmvlies) en faryngitis (keelontsteking) doen en kunnen oogaandoeningen krijgen.

Bij de volwassen honden zien we soms ook kennelhoest optreden alsook oogproblemen.

Eens een dier besmet is met het virus blijft het levenslang drager en het virus zal weer actief worden tijdens de oestrus, met andere woorden op het moment dat de teef klaar is voor dekking. Je kan een besmetting eventueel ook voorkomen door kunstmatige inseminatie toe te passen.

Wij raden echter aan om de teef te laten vaccineren tegen het canine herpesvirus rond het tijdstip van de dekking tot maximum 10 dagen later. Een herhaling dient te gebeuren 10 dagen voor de geboorte. Het vaccin is veilig voor zowel de teef als de pups. Dankzij het vaccineren zullen de puppies bij het drinken van de eerste melk de antistoffen doorkrijgen waardoor ze beschermd zijn tegen een acute besmetting.

Tropische ziekten


Tropische ziekten zijn importziekten of vector overdraagbare ziekten. Met andere woorden, ze worden overgedragen door een tussengastheer.

De belangrijkste tropische ziekten zullen we hier bespreken.


  • Lyme of Borreliose
  • Babesiose = Piroplasmose
  • Ehrlichiose = Anaplasmose
  • Leishmaniosis
  • Dirofilariose of de hartworm
Lyme of Borreliose

De ziekte van Lyme wordt veroorzaakt door een BACTERIE, namelijk Borrelia burgdorferi. Deze bacterie wordt overgedragen door de Ixodes ricinus teken. Deze teken zijn massaal aanwezig in de Benelux met een brede piek van maart tot oktober. Hij komt voor in heel Europa, namelijk van Scandavië tot aan de Middellandse Zee.

Honden, paarden en de mens (het is een zoönose) zijn gevoelig.

Alle honden lopen na een beet van een geïnfecteerde teek het risico de ziekte van lyme te ontwikkelen. Oudere honden, puppy’s en honden met een slechtere afweer zijn gevoeliger. Ook bepaalde rassen, zoals de Berner Sennen, Labrador, Teckel, Terrier en Bouvier zijn gevoeliger voor de ziekte.

Klinische symptomen

Het kan soms tot 2 tot 6 maanden duren vooraleer klinische symptomen optreden. Deze zijn niet echt specifiek, namelijk vermoeidheid, verminderde eetlust, koorts, intermitterende kreupelheid, stijve bewegingen en gezwollen gewrichten.

De typisch rode cirkels zoals bij de mens, komt bij honden niet voor.

Diagnose

Deze wordt gesteld op basis van zeer hoge Ig6 titers en het aantonen van Borrelia in het bloed op gewrichtsvocht.

Behandeling

Gedurende 1 maand een antibioticakuur.

Preventie

  • Goede preventie tegen teken
  • Vaccinatie: de basisinenting bestaat uit 2 vaccinaties en daarna jaarlijks herhalen
  • Gebieden met hoog risico op teken vermijden
  • Controleer uw hond na een wandeling.

Nadat een teek uw hond heeft gebeten, duurt het nog 48 uur voordat deze de hond kan besmetten met Borrelia. Teken dienen best verwijderd te worden met een tekentang zodanig dat je de teek volledig verwijderd.

Babesiose = Piroplasmose

Babesiose wordt veroorzaakt door een PARASIET, namelijk een protozoa. Deze nestelt zich in de rode bloedcel en maakt die daardoor stuk.

De protozoa wordt overgedragen door een TEEK, namelijk de Dermocentor teek die vooral in de tropen en subtropische gebieden voorkomt. Spijtig genoeg zien we de teek bij ons ook opduiken door de klimaatsverandering.

Het risico dat de honden besmet worden tijdens een reis naar het Middellands Zeegebied of Frankrijk is wel groter dan bij ons.

Symptomen

Reeds een paar weken na de beet van een besmette teek treden de symptomen op:

  • Hoge koorts
  • Bleke slijmvliezen en een snelle hartslag door de anemie
  • Rood-bruine urine door de bloedafbraak, want de rode bloedcellen gaan stuk
  • Soms braken en diarree

Diagnose

De diagnose stellen we aan de hand van een bloedonderzoek en een bloeduitstrijkje: de parasieten zijn zichtbaar in de rode bloedcellen.

Behandeling

Enerzijds een medicamenteuze behandeling met Imidocarb, anderzijds met een bloedtransfusie afhankelijk van de ernst van de anemie.

Preventie

  • Tekenbestrijding
  • Snel verwijderen van de teken
  • Vaccineren met Pirodog
Ehrlichiose = Anaplasmose

Ehrlichiose wordt veroorzaakt door de BACTERIE Ehrilichia canis en wordt overgedragen door TEKEN, namelijk de Rhipicephalus sanguineus.

De aandoening komt vooral voor in de tropen en de subtropische gebieden.
Belangrijk om te weten is dat de Ehrilichia in deze teek kan overwinteren.

Symptomen

Bij Ehrlichia treden de symptomen op 1 à 3 weken na de tekenbeet. Deze bacterie nestelt zich dan in de witte bloedcellen.

We zien sloomheid, vermageren, verminderde eetlust, koorts, vergrote lymfeklieren, hijgen, doorbloedingen en ontstekingen in de longen, neusbloedingen, bloed in de urine, miltvergroting, geelzucht, hartproblemen, rug- en nekpijn en ooginfecties.

Diagnose

Deze gebeurt door een bloedonderzoek op basis van de antistoffen.
Soms kan de bacterie rechtstreeks teruggevonden worden in de witte bloedcel.

Behandeling

Een antibioticakuur met doxycycline gedurende 1 à 2 maanden of langer.

Sommige honden blijven drager voor de rest van hun leven.
De prognose bij de chronisch besmette honden is gereserveerd omdat ze een tekort hebben aan witte bloedcellen, als gevolg van een onderdrukt beenmerg en dus veel gevoeliger zijn voor allerhande infecties.

Deze honden moeten minstens jaarlijks gecontroleerd worden om de toestand van hun lever en nieren op te volgen.

Preventie

Er bestaat geen vaccin, enkel een goede tekenbehandeling kunnen we adviseren.

Leishmaniosis

Deze ziekte wordt veroorzaakt door de parasiet Leishmania infantum. De Leishmania parasiet komt voor in Amerika, Afrika, Azië en Zuid-Europa. In die warme streken komt ook de vector voor. Het zijn de vrouwelijke zandvliegen die bij valavond of ’s nachts de honden en mensen meerdere keren prikken voor bloedmaaltijden te nuttigen om hun eigen cyclus te vervolledigen. Bij iedere bloedmaaltijd kan een mens (dit is dus een zoönose) of hond besmet geraken, maar omgekeerd kan ook dat een zandvlieg besmet raakt als ze bloed zuigt bij een besmette hond.

Een hond die met Leishmania besmet is, hoeft niet per se ziek te zijn of worden, een hond kan DRAGER zijn. Anderzijds kan de Leishmania parasiet wel zorgen voor een milde tot zware infectie.

De tijd tussen besmetting met de parasiet en het ontwikkelen van Leishmaniosis kan een maand tot enkele jaren duren. Een hond kan jaren na een vakantie in het zuiden Leishmaniosis ontwikkelen.

Dit betekent dat een importhond bij zijn 1e test negatief kan zijn en bij een herhalingstest na meerdere maanden toch positief is.

Deze parasiet kan alle organen en weefsels aantasten.

Aspecifieke symptomen

  • Chronisch nierfalen met proteïnurie
  • Huidproblemen: meestal op de kop en oorschelpen, minder over de rest van het lichaam
  • Oogproblemen: blefaritis, conjunctivitis, iritis en uveitis
  • Verdikte lymfeklieren, bloedneuzen en manken
  • Maag- darmproblemen: braken, diarree met bloed, anorexie
  • Bleke slijmvliezen

Diagnose

De diagnose wordt gesteld door een bloedonderzoek:

  1. Serologie: het aantonen van specifieke antilichamen in het bloed
  2. PCR test: het aantonen va de parasieten in het bloed

Besluit:

  1. Het aantonen van de Leishmania parasiet in de weefsels moet dus altijd gecombineerd worden met het aantonen van een grote hoeveelheid antilichamen om de ziekte te bevestigen.
  2. De afwezigheid van antilichamen betekent dat de hond op dat moment geen infectie doormaakt, maar de hond kan wel drager zijn van de parasiet en jaren later de ziekte pas ontwikkelen.

Advies bij importhonden

  1. Een gezonde hond met negatieve titer = afwezigheid van antilichamen in het bloed.

Dit wil zeggen dat er geen infectie, geen ziekte, maximum een drager.
Deze hond 2 à 3 keer controleren, telkens met 6 maanden er tussen.

  1. Een gezonde hond met positieve titer = aanwezigheid van antilichamen in het bloed.

Deze hond om de 3 maand controleren want als de titer stijgt, dan is er een infectie en moeten  we behandelen. Best dan ook een urineonderzoek combineren met het bloedonderzoek.

Therapie

De therapie van Leishmaniosis is afhankelijk van de klinische symptomen en de afwijkingen in het bloed- en urineonderzoek, alsook de serologie.

Preventie

  1. Het bestrijden van de zandvliegen door pipetten en halsbanden. Alsook ’s avonds de honden binnenhouden.
  2. Vaccinatie
    Doel: het verkleint de kans op het ontwikkelen van de ziekte na een infectie
    Voorwaarde: de hond heeft een negatieve titer
    Hoe: de hond wordt primo ingeënt met 3 inentingen telkens met 3 weken tussen. En dan 4 weken na de laatste boost is er bescherming. Dit wil zeggen dat de hond minstens 3 maand voor het vertrek naar de vakantiebestemming aan zijn vaccinatieschema moet beginnen. Ook moeten ze minstens 6 maand oud zijn.
Dirofilariose of de hartworm

Er bestaan 2 types

  1. Dirofilaria immitis

Deze parasiet wordt overgedragen door muggen, die vooral op warme vochtige gebieden vertoeven. Amerika, Afrika, Azië, Australië, Zuid-Europa en zelfs Frankrijk. De wormen bevinden zich in de grote longslagaders en bij heel zware infecties in de rechter hartkamer.

De volwassen wormen kunnen bij de hond ongeveer 6 à 7 maand na de besmetting kleine filariën produceren. De levensduur van een volwassen worm bij de hond is maximum 5 jaar. Bij de kat blijft de worm kleiner en leeft maximum 3 jaar.

De infectie kan bij de kat spontaan verdwijnen, omdat ze een veel sterkere afweerreactie doet dan de hond.

De verplaatsende larven geven bijna geen beschadiging en dus ook geen ziekteverschijnselen, dit in tegenstelling tot de volwassen worm die beschadiging geeft van de vaatwanden waardoor bloedklonters van de longslagaders ontstaan. Hierdoor krijgt de hond longontsteking, verhoogde bloeddruk, vergroting van de rechter hartkamer en hartfalen.

Bij katten is er eerder een mild verloop tot vermageren en ademhalingsproblemen.

Het aantal wormen is bepalend. Zo zien we als er minder dan 30 wormen zijn, dat er meestal geen symptomen zijn. Bij meer dan 50 wormen hoesten de dieren en zijn ze sneller vermoeid. Ze kunnen eventueel bloed ophoesten, een gezwollen lever hebben, buikvocht, bloedarmoede krijgen, eventueel benauwdheid, in shock gaan en sterven.

Diagnose

De diagnose kan gesteld worden door het aantonen van de microfilariën in het bloed en het aantonen van het antigen in het bloed. Ook via echo en RX kan je de diagnose stellen.

Behandeling

De behandeling is medicamenteus met het gevaar voor longemboliën, eventueel chirurgisch.

Beter is om aan een goede preventie te doen als je naar zo’n gebied gaat, namelijk stronghold om de 3 weken toedienen.

  1. Dirofilaria sepens

Deze wormen komen vooral voor in Zuid-Europa en de Zuiderse landen. Onze honden kunnen, als ze daar op vakantie gaan, de wormen krijgen via een besmette mug.

De microscopisch kleine larven circuleren in het bloed, maar de volwassen wormen leven in knobbels onder de huid.

De mannelijke wormen zijn 7 cm lang en de vrouwelijke 17 cm.

De honden hebben dan jeuk en huidontstekingen.
Behandeling bestaat erin de knobbels chirurgisch te verwijderen en stronghold pipetten maandelijks toe te dienen.