Aan het laden. Even wachten.

Want create site? Find Free WordPress Themes and plugins.




Katten



Opzoek naar een katje?

Lees meer


Identificatie

Lees meer


Vaccinatie

Lees meer


Ziektes en preventie

Lees meer


De oudere kat

Lees meer


Problemen met zwerfkatten?

Lees meer

Op zoek naar een katje?


Kriebelt het om een nieuw katje in huis te nemen, maar je weet niet goed waar beginnen zoeken? Neem dan zeker eens een kijkje bij VZW Kat-lijn die met hart en ziel kittens opvangen en klaarstomen om een nieuwe thuis te krijgen!

Hou wel altijd rekening dat het kittenseizoen pas echt opgang komt als de temperaturen wat stijgen en dat de meeste kittens vanaf april/mei ter adoptie zullen komen.


Identificatie


Op 1 september 2014 werd een nieuwe wet ingevoerd met betrekking tot het houden en verhandelen van katten.
Deze houdt in dat ALLE katten, geboren vanaf 1 september 2014, een chip moeten krijgen alsook verplicht gesteriliseerd of gecastreerd dienen te worden door zijn verantwoordelijke. Ook als er een katje gevonden wordt dat je in huis wil nemen of je kat zal van eigenaar veranderen, dan zal deze voorzien moeten worden van een chip en moet de kat steriel gemaakt moeten worden.
Deze wet werd in het leven geroepen om de grote zwerfkattenproblematiek onder controle proberen te krijgen.

Op 1 november 2017 werd er een officiële databank in het leven geroepen om de katten te registreren in België: CatID.
Wat wil dit zeggen? ALLE katten, geboren vanaf 1september 2017, moeten geregistreerd worden bij CatID en NIET meer bij ID Chips!
De registratie dient te gebeuren door een dierenarts, maar de asielen, vzw’s, kwekers, verkopers…zijn hiervoor verantwoordelijk!

De microchip

Eigenlijk is het principe hetzelfde zoals al jaren bij de honden wordt gedaan. De katten krijgen onderhuids in de linker hals een microchip toegediend, wat een zeer klein glazen buisje is ter grote van een rijstkorreltje. Dit is zo goed als pijnloos, maar wij combineren dit vaak samen met de castratie/sterilisatie daar ze dan slapen en helemaal niets zullen voelen van het prikje. Het chipnummer is net als bij de honden een unieke 15-delige code waaraan alle gegevens zullen gelinkt worden van de verantwoordelijke eigenaar en het dier zelf.

BE 03 paspoort

Samen met de chip krijgen de katten een paspoort.
Sedert de invoering van de officiële databank CatID, krijgen de katten nu ook een BE 03 paspoort.
Hierin zullen alle gegevens genoteerd worden van de eigenaar, alsook hun handtekening en van het dier zelf. Ook het chipnummer wordt hierin genoteerd. Ga je op reis naar het buitenland en neem je de poes mee? Dan mag je zeker hun paspoort niet vergeten! Let wel op dat ze dan in het bezit zijn van een BE 03 paspoort (zie foto). Hierin staan namelijk ook de belangrijke gegevens in verband met vaccinatie en ontworming, plus er moet dan een gezondheidsattest afgetekend worden zodanig dat men weet dat de poes in goede gezondheid verkeerd.

Mijn kat staat geregistreerd bij ID Chips, wat nu?

Katten geregistreerd VOOR 1 november 2017 zijn in orde met hun registratie en dienen zich te wenden tot ID Chips. Enkel bij wijziging van de gegevens op aanvraag van de eigenaar kunnen deze katten bij CatID geregistreerd worden, zoniet laat uw gegevens aanpassen bij ID Chips.

Vaccinatie


Door onze katten te vaccineren geven we een verbetering aan hun levenskwaliteit. Ze worden beschermd tegen ziekten die dodelijk kunnen zijn of die blijvende schade kunnen veroorzaken. Net zoals bij de hond gaat vaccinatie gebruik maken van de dieren hun immuunsysteem. Ze worden blootgesteld aan een onschadelijke vorm van een virus (dode of levende vorm) waardoor het lichaam een geheugen gaat opbouwen, zodanig dat bij een besmetting de ziekte snel herkend kan worden en dat het lichaam snel kan reageren. Ook de maternale immuniteit wordt versterkt. Als de jongen geboren zijn, krijgen deze onmiddellijk een immuniteitsboost bij het drinken van de eerste moedermelk.

Belangrijk om te onthouden: katten kunnen NIET gevaccineerd worden tegen AIDS!

Bij ons kan je nu ook terecht om een Vaccicheck te laten doen!


  • Feline Panleucopenie of Kattenziekte
  • Feline infectieuze leukemie (FeLV)
  • Feline infectieuze peritonitis (FIP)
  • Het niesziektecomplex
  • VacciCheck
Feline Panleucopenie of Kattenziekte

Kattenziekte wordt veroorzaakt door het zeer besmettelijke Feline Parvovirus en is dus niet hetzelfde virus dat Parvo veroorzaakt bij honden! Het virus wordt doorgegeven via direct contact met urine of faeces van besmette dieren. Ook via indirect contact kan het virus worden doorgegeven. Denk hier bijvoorbeeld aan iemand die met zijn schoenen door een plasje (opgedroogde) urine loopt van een besmet dier en zo het virus overdraagt naar een andere plaats. Het virus is instaat om meerdere maanden in de omgeving te overleven en is zeer resistent tegen ontsmettingsproducten! Vooral jonge dieren zijn het meest gevoelig.

Eenmaal een kat besmet is met dit virus zal ze hoge koorts krijgen, gaat ze braken en krijgt ze hevige diarree. De dieren hun eetlust verdwijnt, drinken niet meer en gaan uitdrogen. De infectie kan zelfs zo heftig zijn dat het dier al overlijdt voor er nog maar één symptoom werd waargenomen.

Deze ziekte kent vaak een fatale afloop en kan hardnekkig toeslaan in grote kattenpoppulaties…

Gelukkig bestaat er de mogelijkheid om te vaccineren tegen deze ziekte.
Dit dient dan ook te gebeuren op de leeftijd van 9 weken met een herhaling op 12 weken. Daarna herhalen op de leeftijd van 1 jaar!

Op latere leeftijd kunnen we via de VacciCheck de antistoffen hiertegen bekijken en in functie daarvan een aangepast vaccinatieschema opstarten.

Feline infectieuze leukemie (FeLV)

Feline infectieuze leukemie wordt veroorzaakt door een virus. Spijtig genoeg wordt dit vaak verward met het AIDS virus of denken mensen dat dit hetzelfde is.
Dus 1 belangrijke regel om te onthouden: tegen leukemie kunnen we WEL vaccineren, tegen AIDS kunnen we (spijtig genoeg) NIET vaccineren.

FeLV is een ernstige ziekte die maar één afloop kent: de dood.

Het virus kan leukemie veroorzaken (tumoren van de witte bloedcellen), maar zal eerder het immuunsysteem zodanig gaan onderdrukken waardoor het besmette dier enorm gevoelig wordt voor allerlei infecties. Symptomen bij deze ziekte zijn dan ook meestal te wijten aan de secundaire infecties die gaan optreden. We zien opgezette lymfekieren, koorts, bloedarmoede, slecht eten en vermageren, benauwdheid…

Eens een dier geïnfecteerd raakt met het virus zal dit zich gaan nestelen in de tonsillen in de keel en gaat het zich van daaruit verspreiden naar het beenmerg en het lymfestelsel. Uiteindelijk komt het virus ook in het bloed terecht en wordt de speekselklier aangetast. Eens deze laatste bereikt is, wordt de kat besmettelijk naar andere katten toe. Het speeksel van een FeLV positieve kat bevat dan ook hoge concentraties van het virus waardoor dit de grootste bron van besmetting wordt. Als je meer dan één kat in huis hebt, dan kan de besmetting verlopen via het delen van eet- en drinkbakje of zelfs door elkaar te wassen. Ook via bijtwonden wordt het virus verspreid.

Een drachtige kat kan het virus ook via de placenta doorgeven en later via de moedermelk. Dit kan leiden tot abortus, ernstige afwijkingen, maar ook gezond ogende kittens. Deze kittens zijn wel een besmettingsbron naar anderen toe.

Katten met een super goede weerstand kunnen het virus onderdrukken en gezond blijven. Katten daarentegen die wat zwakker zijn, zullen niet kunnen winnen van het virus en zullen een besmettingsgevaar gaan vormen en later zelf ziek worden. Eens de diagnose gesteld, sterven de meeste katten binnen twee à drie jaar.

De enige manier om deze ziekte echt te voorkomen is door uw kat binnen te houden. Eens de katten buitengaan, raden wij ten zeerste aan om uw dieren te laten vaccineren tegen FeLV aangezien wij af en toe toch eens geconfronteerd worden met dieren die hiermee besmet zijn. Vaccineren kan op 9 weken met een herhaling op 12 weken. Daarna best jaarlijks de vaccin laten zetten!

Feline infectieuze peritonitis (FIP)

FIP is een virusziekte die eigenlijk veroorzaakt wordt door een mutatie van een coronavirus. Het coronavirus dat bij katten frequent voorkomt is in de eerste plaats onschuldig en veroorzaakt slechts wat darmontsteking met diarree. Heel wat katten krijgen hier dus mee te maken in hun leven. Bij een klein deel van deze grote groep zal er een verandering gebeuren in het virus waardoor er FIP ontstaat en eens het FIP virus er is, zullen deze dieren spijtig genoeg sterven.

Dus, we zien dat een deel van de katten die ooit eens besmet geraakt zijn met het virus, hiervan drager blijven (ze worden niet ziek, maar zijn wel besmettelijk naar andere katten toe) en onder bepaalde omstandigheden zal dit virus zich gaan muteren tot het FIP virus.

Hoe verspreidt het virus zich?

Het coronavirus wordt voornamelijk doorgegeven via de ontlasting en urine, maar kan ook via het speeksel verspreidt worden. Ook via indirecte weg kan het virus verder gaan (kattenbak, via schoeisel en kleding van de baasjes). Andere katten nemen het dan op via de neus en/of mond. Een besmet dier kan maanden tot levenslang het virus uitscheiden.

Wanneer muteert het coronavirus?

De mutatie hangt af van verschillende factoren:
– immuniteitssysteem van de kat
– de virusstam
– aanwezigheid van eventueel andere virusziektes zoals AIDS en FeLV
– omgevingsfactoren die stress uitlokken –> verhuis, nieuwe eigenaar, andere dieren waar het niet mee klikt, dracht en geboorte…
– leeftijd –> FIP zien we voornamelijk: < 2 jaar en > 10 jaar.

Symptomen?

Eerst en vooral is het belangrijk om te weten dat er 2 vormen van FIP bestaan en dat een definitieve diagnose van deze ziekte eigenlijk alleen gesteld kan worden door het virus op te zoeken in weefsels door biopten te nemen uit organen.

1. Natte vorm
Deze is de acute vorm van FIP waarbij we vaak een dikke buik zien door het opstapeld vocht in de buikholte. Ook in de borstholte kan vocht zich gaan opstapelen. Dit vocht is geel en stroperig en is één van de weinige punten die een vermoeden van FIP kan staven. Dieren die deze vorm van FIP hebben, zijn doodziek en zijn ook vaak benauwd door het vocht in de borstholte.
Meestal leven deze dieren nog maar enkele dagen of weken.

2. Droge vorm
Dit is de chronische vorm waarbij er verschillende ontstekingen ontstaan in de nieren, lever, pancreas, ogen en hersenen.

Naast deze symptomen merken we ook dat de katten hun eetlust verliezen, koorts krijgen, ze gaan braken, krijgen diarree, oogontstekingen, groeiachterstand bij kittens, slechte vacht, neurologische problemen… Symptomen die dus ook op andere (wel te genezen) ziekten kunnen wijzen.
Met deze vorm kan een kat nog ongeveer een jaat leven mits goede ondersteuning.

Wat na vermoeden of diagnose?

Eens de diagnose gesteld wordt, is het eigenlijk al te laat. Meestal wordt er aangeraden om de dieren te laten inslapen om hun verder leed te besparen.
Zorg voor goede hygiëne, zeker als er nog poezen in huis zijn! Als de zieke poes overleden is, wordt er best 2 – 4 maand gewacht om een nieuwe kat in huis te halen.

Vaccinatie

Er bestaat een neusdruppelvaccin dat best toegediend wordt op de leeftijd van16 weken (later kan ook) en dit dient herhaald te worden na 3 weken. Daarna is jaarlijks vaccineren nodig om je kat zo goed mogelijk te beschermen tegen FIP.

Het niesziektecomplex

Deze ziekte gaat rond in de volksmond als “de niesziekte”, maar eigenlijk wordt deze veroorzaakt door een samenspel van voornamelijk:
– Feline Calicivirus
– Feline Herpesvirus/Rhinotracheïtisvirus
– Chlamydia

Feline Calicivirus

Dit virus veroorzaakt ontsteking van de voorste luchtwegen met koorts, hoesten en niezen als gevolg, geeft zweertjes en blaasjes in de mond en deze kunnen zelfs voorkomen tussen de tenen en op de voetzolen. Ook de ogen worden aangetast. Bij jonge kittens is de kans voor het ontwikkelen van een longonsteking enorm groot. De overlevingskans hangt sterk af van de weerstand en kracht van het zieke dier.

Dit virus is overdraagbaar via direct en indirect contact met het besmette dier. Drinken of eten aan hetzelfde voerbakje is al een goede bron van besmetting. Het virus kan ook een maand overleven in de omgeving, maar is wel gevoelig voor bepaalde ontsmettingsproducten. Dieren die deze besmetting hebben meegemaakt kunnen levenslange drager blijven en daardoor ook regelmatig opflakkeringen doen van niesziekte en een levenslange besmettingsbron vormen.

Vaccineren kan op de leeftijd van 9 weken met een herhaling op 12 weken en na 1 jaar boosten.
Op latere leeftijd kan ook voor deze vorm van niesziekte een VacciCheck uitgevoerd worden.

Feline Herpesvirus

Dit virus gaat dus meestal gepaard met het calicivirus en is overdraagbaar via de lucht en via direct contact met een besmet dier (via de ooguivloei bijvoorbeeld). Het herpesvirus gaat ook de voorste luchtwegen aantasten alsook de ogen. Eenmaal een dier besmet is met het herpesvirus, blijft deze levenslang aanwezig. In periodes van stress en/of een verminderde weerstand zal het virus weer geactiveerd worden en zal de kat weer een opflakkering doen van niesziekte en is deze ook weer een besmettingsbron naar andere katten toe.

Symptomen: ontsteking op de ogen, ontsteking van het neusslijmvlies, koorts, geen fut meer en niet meer eten. Ook zien we hier weer dat bij de kittens de symptomen zwaarder opspelen en dat de kans bestaat op een zware longontsteking die een dodelijke afloop kan hebben.

Vaccineren kan ook hiervoor op de leeftijd van 9 weken met een herhaling op 12 weken en weer boosten na 1 jaar.
Op latere leeftijd kan ook voor het herpesvirus een VacciCheck uitgevoerd worden.

Chlamydia

Chlamydia maakt deel uit van het niesziektecomplex, maar wordt veroorzaakt door een bacterie.
Dieren met een chlamydia infectie hebben eerst last van een waterige ooguitvloeiing, die overgaat in een etterige vloeistof. Meestal begint dit ook aan één oog en komt de ontsteking op het andere oog wat later. De slijmvliezen aan de ogen gaan rood en dik opzetten, wat duidt op een ontsteking. Soms kan het zelfs zijn bij een hevige infectie dat er koorts optreedt en anorexie.

Chlamydia is makkelijk overdraagbaar tussen katten, maar de gevoeligste groep zijn de kittens tussen 5 weken en 3 maanden en de katten die in een grote groep leven.

Vaccineren kan op de leeftijd van 9 weken met herhaling op 12 weken. Dit is zeker aan te raden bij katten die in groep leven.
Voor Chlamydia dient men JAARLIJKS te vaccineren.

VacciCheck

Wat is VacciCheck?

Dankzij de VacciCheck kunnen we gaan vaccineren op maat!
Deze test geeft aan of uw kat nog voldoende antistoffen heeft tegen de meest voorkomende ziekten waartegen we kunnen vaccineren. Als de hoeveelheid antistoffen in het bloed (= titter) nog voldoende hoog is, dan moeten we niet opnieuw gaan vaccineren.
Wij raden aan om de VacciCheck uit te voeren bij dieren vanaf 6 jaar.

Waarvoor kan getest worden?

– Feline Calicivirus (deel van het niesziektecomplex)
– Feline herpesvirus (deel van het niesziektecomplex)
– Feline Panleucopenie (kattenziekte)

Hoe wordt de VacciCheck gedaan?

Voor de VacciCheck hebben we slechts één druppel bloed nodig en het duurt ongeveer een half uur vooraleer we het resultaat weten. Deze druppel bloed wordt dan in een reagens gedaan en aan de hand van een kammetje zal dit verschillende stappen moeten doorlopen. Je kan hiervoor een afspraak maken op het moment dat je normaal moet langskomen voor de jaarlijkse gezondheidscontrole. Hou er wel rekening mee dat het vaccin tegen leukemie maar één jaar werkzaam is en dat dit vaccin wel degelijk jaarlijks herhaald moet worden!

Voordelen voor:

– dieren die gevoelig gereageerd hebben op hun inentingen
– zieke dieren, zoals dieren met epilepsie of auto-immuunziekte, zodat deze zo min mogelijk geënt moeten worden
– oudere dieren: kijken of ze voldoende beschermd zijn
– honden die van het buitenland komen en waarvan de entstatus niet gekend is of waarover twijfel bestaat
– het opstellen van individuele vaccinatieschema’s

Ziektes en preventie


    • Katten en Lelies
    Katten en Lelies

    Ondanks de schoonheid van lelies vormen ze een groot gevaar voor de kat! Alle delen van deze bloem zijn
    super giftig, inclusief het stuifmeel en het water waarin ze staan, maar de bloem is het meest giftige onderdeel van allemaal. Zelfs gewoon wat stuifmeel oplekken als ze zich wassen of het drinken van het water in de vaas zal leiden tot vergiftiging. Lelie vergiftigingen leiden tot acuut nierfalen in 12-36 uur en de meeste katten sterven zonder behandeling binnen de 3 tot 7 dagen na inname.

    De giftigheid van lelies zien we alleen bij katten optreden. Honden kunnen gerust een heel deel van deze bloem nuttigen en enkel wat lichte maag- darmklachten krijgen. Ratten en konijnen vertonen zelfs geen tekenen van vergiftiging.

    Hoe herken ik een lelievergiftiging?

    Belangrijk te onthouden: als je toch lelies hebt staan in huis en je merkt dat de kat aan de vaas heeft gedronken of aan de bloemen heeft geknabbeld, neem dan onmiddellijk contact op met de dierenarts!
    Dan kan er zo snel mogelijk een behandeling gestart worden om de nierschade te beperken.
    Maar zoals in veel gevallen: voorkomen is beter dan genezen!

    Treden op binnen 2uur na inname:
    – braken
    – suf worden
    – stoppen met eten

    Soms kan het zijn dat de kat weer beter lijkt te worden (maag- darmklachten gaan verminderen), maar dit is echter van korte duur. Na 12u tot 24u zullen de symptomen terug verergeren ten gevolge van de aangerichte nierschade.
    Andere symptomen die gaan optreden:
    – speekselen
    – neurologische verschijnselen
    – stoppen met drinken
    – veel plassen, moeilijkheden met het plassen of niet kunnen plassen

    PROGNOSE

    Vroeg stadium
    Deze katten hebben meestal een goede prognose, de schade is dan beperkt gebleven.

    Later stadium
    Zijn er al tekenen van nierfalen? Dan hangt de prognose nog van paar dingen af:
    1. Vertoont de kat al klinische symptomen van nierfalen maar ze kan nog goed veel plassen?
    Deze dieren hebben een kans om nog redelijk goed te herstellen, maar de kans dat ze nierpatiënt blijven is reëel.

    2. Vertoont de kat al klinische symptomen van nierfalen en ze kan niet goed meer plassen?
    Deze dieren hebben een slecht vooruitzicht en meestal loopt het voor hen niet goed af.

    De oudere kat


    Spijtig genoeg worden onze katten ook wel een dagje ouder en eens ze een seniorleeftijd van 10 jaar bereiken, zien we dat er bij heel wat katten toch typische ouderdomskwaaltjes optreden die we hier verder zullen bespreken.


    • DIABETES MELLITUS OF SUIKERZIEKTE
    DIABETES MELLITUS OF SUIKERZIEKTE

    Suikerziekte is een hormonale ziekte waarbij er een tekort is aan insuline of de insuline doet zijn werk niet goed meer. De pancreas of alvleesklier staat in voor de productie van insuline en hiermee wordt het suikergehalte in het bloed geregeld.

    Via de voeding nemen onze huisdieren de suikers op. Deze worden tijdens de vertering omgezet naar glucose, de energiebron van het lichaam. De glucose komt in het bloed terecht en zal gebruikt worden als brandstof voor de organen.

    Diabetes komt voor bij katten van middelbare leeftijd of ouder en het komt ook iets meer voor bij gecastreerde katers. Ook katten met overgewicht hebben een grotere kans om diabetes te ontwikkelen.

    Symptomen

    • Meer drinken en plassen (niet altijd!).
    • In het begin grotere eetlust, die met de tijd afneemt.
    • Vermageren, daar ze haar eigen lichaamsvetten gaat verbranden.

    Diagnose

    Door middel van een bloedonderzoek:

    • Glucosegehalte in het bloed in duidelijk gestegen.
    • Fructosamine in het bloed is ook gestegen.

    Als de bloedglucose waarde hoger ligt dan de nierdrempel, dan wordt de suiker uitgescheiden in de urine en kunnen we dit ook vaststellen aan de hand van een urineanalyse.

    Gelukkig kunnen we deze katten helpen met een aangepaste voeding en een tweemaal daagse toediening van insuline onder de huid. Door een goede opvolging zoeken we naar het juiste aantal eenheden insuline die toegediend moeten worden.

    Opmerking

    1. Te weinig insuline toedienen: de kat zal nog steeds last hebben van diabetes en zal blijven veel drinken/plassen.
    2. Te veel insuline toedienen: te weinig suiker aanwezig in het bloed en dan kan ze een HYPO krijgen of in shock gaan.
      Symptomen van hypoglycemie: wankelen op de poten, trillen, slap worden en niet meer rechtgeraken, eventueel in coma raken en sterven.
      Zet altijd wat eten klaar, als ze honger heeft kan ze eten zodanig dat een hypo voorkomen kan worden.
    • HYPERTHYROÏDIE of een te snel werkende schildklier
    HYPERTHYROÏDIE of een te snel werkende schildklier

    Hyperthyroïdie is een hormonale ziekte waarbij de schildklier te hard werkt en dus teveel schildklierhormoon, ook gekend als T4, zal aanmaken. Bij volwassen dieren heeft dit een stimulerende werking. Het lichaam gaat meer energie verbruiken dan dat er eigenlijk wordt opgenomen, waardoor de kat zal vermageren, zelfs als je ze meer ziet eten.

    Symptomen

    • Vermageren, ondanks goed en veel te eten; de flanken vallen in en de kop wordt driehoekig.
    • Onrustig worden: veel rondlopen, meer miauwen en meer agressie vertonen.

    Diagnose

    Door middel van een bloedonderzoek:

    • Sterk verhoogde T4 waarde.

    Bijkomen wordt de bloeddruk bepaald en wordt er een controle van het hart uitgevoerd om cardiomyopathie uit te sluiten.
    Lever en nieren worden op dit moment ook gecontroleerd (effect nagaan van de te hoge bloeddruk die aanwezig kan zijn).

    Behandeling

    Deze kan op verschillende manieren gebeuren:

    1. Medicatie
    2. Speciale voeding met een beperkt jodiumgehalte
    3. Radioactief jodium
    • ARTROSE of slijtage van de gewrichten
    ARTROSE of slijtage van de gewrichten

    Artrose is een aandoening waarbij het kraakbeen van de gewrichten stuk gaat. Bij dit proces komen schadelijke stoffen vrij die andere kraakbeencellen beschadigen. De katten hebben pijn om zich te bewegen en lopen stijf. Het lichaam gaat proberen de gewrichten te beschermen en er zal nieuw botweefsel gevormd worden.

    Symptomen

    • De kat kan niet meer of moeilijk op een stoel of in de zetel springen.
    • Minder krabben aan de krabpaal.
    • Soms wat agressiever of angstiger worden.
    • De kat wast zich minder of niet meer.
    • Onzindelijkheid: gaat niet meer naar de kattenbak of plast er naast.

    Behandeling

    Deze dieren worden geholpen met pijnstillers en een aangepaste voeding. Zorg er ook voor dat je kat geen overgewicht heeft!

    • HYPERTENSIE of verhoogde bloeddruk
    HYPERTENSIE of verhoogde bloeddruk

    De normale (systolische) bloeddruk bij de kat is tussen de 120 – 160 mmHG.

    Symptomen

    • Slecht zien, overal tegenlopen.
    • Plotse blindheid.
    • Dronkenmanspas en waggelen.
    • Doelloos rondlopen.

    Ook bij katten kunnen we de bloeddruk meten met een bloeddrukmeter.
    We stellen vast dat chronische hypertensie schade kan verrichten aan verschillende organen zoals de ogen, het hart, de nieren, de hersenen, …

    De oorzaak van hypertensie kan zijn:

    • Chronische nierinsufficiëntie
    • Hyperthyroïdie
    • Primair hyperaldosteronisme
    • Soms geen oorzaak te vinden

    Een vroege diagnose en behandeling is van levensbelang.
    Als behandeling wordt er medicatie toegediend zodanig dat we hoge bloeddruk gaan behandelen en de nieren gaan beschermen.

    • NIERINSUFFICIËNTIE of nierfalen
    NIERINSUFFICIËNTIE of nierfalen

    De meest voorkomende symptomen bij chronisch nierfalen zijn:

    • Meer drinken en meer plassen: dit komt door het vochtverlies via de nieren.
      Een kat die opvallend veel zit te drinken is NIET normaal. Als u dit opmerkt, bel met deze klacht uw dierenarts.
    • Vermageren: de kat heeft minder eetlust, alsook doordat er eiwitverlies optreedt via de nieren.
    • Minder eetlust: dit is te wijten aan het feit dat sommige katten last hebben van gastritis of maagzweren. Sommige krijgen zelfs zweren in de muil.
    • Lusteloos zijn: weinig bewegen of waggelen ten gevolge van uitdroging, bloedarmoede of hoge bloeddruk
    • Doelloos rondlopen of desoriëntatie: ten gevolge van de hoge bloeddruk waarbij de bloedvaten kronkelen, soms bloedingen ontstaan en waarbij zelfs de retina kan loslaten of inwendige bloedingen kunnen optreden in de ogen.

    De nieren staan in voor enkele belangrijke functies: ze staan onder andere bekend als de filters van het lichaam en zorgen dat de afvalstoffen uitgescheiden worden. Ze houden ook de vochtbalans op peil en spelen mee een rol in de hormoonproductie: EPO voor aanmaak van rode bloedcellen, renine om de bloeddruk te regelen en vitamine D welke belangrijk is voor het bot. Een vroegtijdige diagnose is dan ook gewenst, daar bindweefselsamentrekkingen de nieren gaan aanzetten tot verschrompelen met een verminderde werking als gevolg.

    Er bestaan twee vormen van nierziekten:

    1. De acute nierinsufficiëntie

    Deze vorm is omkeerbaar en de nierwaarden zijn weer goed na een behandeling; de nieren kunnen herstellen.

    Oorzaken:
    a) Het probleem zit vóór de nieren waardoor er een verminderde bloedtoevoer naar het nierweefsel plaats vindt. We zien dan koorts optreden, een verhoogde bloedduk en hyperthyroïdie.
    b) Het probleem zit in het nierweefsel zelf – een bacteriële ontsteking in het nierbekken (=Pyelonefritis) – een tumor – amyloïdose: dit is een erfelijke ziekte waarbij zetmeel wordt afgezet in de nier – polycysteuze nieren (PKD): een erfelijke ziekte waarbij cysten of holten gevormd worden in de nieren. Deze aandoening kan opgespoord worden met de echo. – vergiftiging door paracetamol (Daphalgan of Perdolan) of door lelies. Zowel de stengel, de bloem, het blad en het water in de vaas (!!!) zijn giftig bij lelies.
    c) Het probleem ligt achter de nieren, namelijk een verstopping van de urethra. Dit kan zowel veroorzaakt worden door steentjes of proppen die de plasbuis verstoppen waardoor het dier niet kan plassen (met als gevolg dat de blaas kan stuk scheuren), alsook door tumoren, denk hierbij aan prostaatkanker, blaaskanker en baarmoederkanker.

    1. De chronische nierinsufficiëntie

    Deze vorm van nierinsufficiëntie is onomkeerbaar en vraagt om een aangepaste behandeling die levenslang aangehouden zal moeten worden. De oorzaak is meestal ook niet meer te achterhalen. Door de ontstekingsreacties in het nierweefsel ontstaat er finaal een schrompelnier. Dit is een kleine nier met een onregelmatig oppervlak die niet meer kan functioneren.

    Het stellen van de diagnose gebeurt door:

    1. Een bloedonderzoek
    • SDMA (symmetrisch dimethylarginine): deze waarde is gestegen in het bloed als 40% van de nierfunctie verloren is. Het is een nieuwe test om nierfalen in een vroeger stadium te diagnosticeren. Het SDMA is een aminozuur dat normaal wordt uitgescheiden door de nieren; een verminderde nierdoorbloeding zal deze waarde dan ook doen stijgen.
    • Indoxylsulfaatconcentratie: uremische toxinen worden onder fysiologische omstandigheden door de nieren uitgescheiden. Bij dalende nierfunctie zullen deze toxinen echter gaan ophopen wat uiteindelijk zal leiden tot het ‘uremisch syndroom’. Bij een gebrekkige nierfunctie zal indoxylsulfaat accumuleren in de tubulaire cellen waardoor een hele reeks ontstekingsprocessen in gang wordt gezet met nierfibrose als eindresultaat. Indoxylsulfaat is dus een indicator van de nierfunctie maar is bij ophoping ook de oorzaak van een verslechterde nierfunctie.
    • Creatinine: de creatinine en creatinineklaring zijn een maat voor het filtervermogen van de nierbuisjes of nefronen. Creatinine wordt in de spieren gevormd, komt in de circulatie en wordt vervolgens door de nieren in beperkte mate uitgescheiden. Pas wanneer meer dan 75% van het nierweefsel stuk is, zal deze waarde in het bloed stijgen. Bij een normale uitslag van serumcreatinine en er bestaat toch nog twijfel over de nierfunctie, dan is het beter om de creatinineklaring of het albumine in de urine te bepalenn.
    1. Urineonderzoek
    • De urine is meestal te waterig omdat het soortelijk gewicht lager is dan 1015 (normaal tussen 1035 -1050). – Eiwitten aanwezig in de urine: hoe hoger de hoeveelheid eiwitten, hoe groter de nierschade reeds is.
    • Bacteriologisch onderzoek van de urine: nierfalen gaat vaak gepaard met een urineweginfectie, maar opvallend is dat katten er vaak geen klachten van hebben, wat niet wegneemt dat het nierfalen hierdoor zal verergeren.
    1. Bloeddrukmeting

    Een hoge bloeddruk (normaal 15mmHg) kan oorzaak zijn van het nierfalen, maar een kat met nierfalen kan ook een hoge bloeddruk ontwikkelen. In een laat stadium komen er dan oogklachten, door bloedingen in het netvlies of ze worden blind. Er kunnen zelfs neurologische verschijnselen optreden zoals waggelen, suf…

    De behandeling

    Wat je altijd in het achterhoofd moeten houden is: chronisch nierfalen is niet te genezen.
    De behandeling dient levenslang te gebeuren en heeft als doel om verergering van het nierfalen tegen te gaan.

    1. Een kat die niet meer eet krijgt een infuus om de schadelijke stoffen uit het lichaam te spoelen
    2. Medicatie om de eetlust te stimuleren en de misselijkheid te onderdrukken.
    3. Fosfaatremmers
    4. ACE remmers
    5. Een smakelijk nierdieet op basis van een laag eitwitgehalte en laag fosforgehalte
    6. Bloeddrukverlagers
    • ANDERE KENMERKEN OUDE KAT
    ANDERE KENMERKEN OUDE KAT
    • Slecht verzorgde vacht; de kat kan zichzelf niet goed meer wassen
    • Slechte of rotte tanden waardoor de katten een slecht ruikende adem hebben of moeilijk tot zelfs niet meer kunnen eten
    • Hartinsufficiëntie
    • Ingegroeide nagels

      Problemen met zwerfkatten?


      Wat doen bij overlast van zwerfkatten?

      Merk je dat er steeds weer kleine poesjes opduiken of lopen er verwildere katten rond bij je thuis?
      Neem dan contact op met de gemeente waar je woont. De meeste gemeenten hebben de dag van vandaag een zwerfkattenproject lopen om de populatie wat onder controle proberen te houden.

      De inwoners van de gemeente Oud-Heverlee kunnen daarvoor terecht op de milieudienst van Oud-Heverlee:
      E-mail: milieu@oud-heverlee.be
      Tel.: 016 38 88 75

      De inwoners van de gemeente Bierbeek kunnen voor hun zwerfkatten terecht op de milieudienst van het gemeentehuis. De gemeente heeft voor hun zwerfkattencampagne een contract afgesloten met Dr. An Havet. Uw contactpersoon is daar Inge Hatse:
      E-mail: milieu@bierbeek.be
      Tel.:     016 46 87 86

      Hoe werkt zo’n zwerfkattenproject?

      Van zodra je de gemeente op de hoogte hebt gebracht, neemt deze contact op met de dierenarts waarmee ze samenwerken. De dierenarts neemt daarna zelf contact op met de melder om een afspraak te maken om diervriendelijke vangkooien te plaatsen. Gezonde dieren worden gesteriliseerd/gecastreerd, gemarkeerd met een V in hun rechter oor en deze worden daarna ALTIJD weer uitgezet op de plaats van waar ze komen. Spijtig genoeg worden soms zieke dieren gevangen en deze worden ingeslapen als er geen kans is op herstel.

      Waar moet je rekening mee houden?

      Als je vangkooien zou plaatsen, vraag dan aan de buren dat ze ook geen eten buiten zetten, zodanig dat de katten hun voedselbronnen beperkt worden tot het eten dat in de vangkooien wordt geplaatst. Om misverstanden te mijden is het ook handig dat de buren hun katten even binnen houden zodat deze niet in de kooien terecht komen.

      Did you find apk for android? You can find new Free Android Games and apps.