Aan het laden. Even wachten.





Schapen & geiten



Starten met het houden van schapen, geiten of herten

Lees meer


Oormerken

Lees meer


Hoe een nieuwe verantwoordelijke doorgeven?

Lees meer


Wat te doen bij overlijden?

Lees meer


Ziekten

Lees meer

Starten met het houden van schapen, geiten of herten


Aanvraag beslagnummer

Iedereen die graag één of meerdere schapen, geiten of herten wil houden, is verplicht om een beslagnummer aan te vragen bij Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ). Dit doe je door het registratieformulier in te vullen en terug te sturen naar DGZ.
Terugsturen kan via:
– post: DGZ – site Torhout, Industrielaan 29, 8820 Torhout
– fax: 078 05 23 23
– e-mail: helpdesk@dgz.be

DGZ registreert daarna de gegevens in Sanitel (= Belgisch systeem voor het beheer van de identificatie en registratie van runderen, schapen, geiten, herten en pluimvee). U krijgt een beslagnummer toegekend en wordt hierover op de hoogte gebracht per brief.
Hoe ziet een beslagnummer eruit?
– schapen: BE inrichtingsnummer – 0501
– geiten: BE inrichtingsnummer – 0601
– hertachtigen: BE inrichtingsnummer – 0701

Hoe registratieformulier invullen?

U download het formulier hier en vult het in als volgt:

Rubriek A: Gegevens van het beslag
Hier worden de adresgegevens ingevuld van de plaats waar de dieren gehuisvest worden! Staan er op dat adres nog andere dieren, dan kan je het beslagnummer daarvan ook in deze rubriek invullen.

Rubriek B: Gegevens van de diersoort(en)
Hier duidt u aan welke dieren er gehouden zullen worden op het adres vermeld in rubriek A. Dit kan om meerdere diersoorten gaan. Vergeet ook niet aan te duiden bij schapen en/of geiten of het om melk- of vleesproductie gaat. Hou je de dieren gewoon als hobby? Dan dien je ‘vlees’ aan te duiden op het formulier.

Rubriek C: Gegevens bedrijfsdierenarts
Dit heeft vooral betrekking tot het houden van runderen, varkens en pluimvee waar een bedrijfsdierenarts verplicht dient aangewezen te worden. Voor het houden van schapen, geiten en herten is dit niet verplicht.

Rubriek D: Gegevens verantwoordelijke en klant
Hier worden de gegevens ingevuld van de persoon die verantwoordelijk is voor de dieren. Het facturatieadres (= klant) dient enkel ingevuld te worden wanneer dit een ander adres is dan van de verantwoordelijke. Per diersoort kunnen er meerdere verantwoordelijken zijn.

Oormerken


Wanneer plaatsen?

Schapen en geiten dienen voor de leeftijd van 6 maanden een oormerk te krijgen en voor ze het geboortebeslag verlaten (ook indien jonger dan 6 maanden)!
Enkel voor herten geldt er een uitzondering dat deze geen oormerken dienen te dragen zolang ze op hun geboortebeslag blijven, onafhankelijk van hun leeftijd. Verlaten ze het geboortebeslag? Dan dienen de oormerken wel aangedaan te worden.

Met andere woorden: het is wel degelijk VERPLICHT om de oormerken IN DE OREN aan te brengen bij schapen en geiten en het is dus niet voldoende om ze in huis te hebben!

Oormerken bestellen?

Via de post of fax met behulp van dit bestelformulier.
Via veeportaal: klik hier om je te registreren op veeportaal. De handleiding van veeportaal zelf vind je hier.

NOTA: Bij een bestelling van oormerken via het bestelformulier wordt er per bon een registratiekost aangerekend. Besteld u via veeportaal dan vallen de registratiekosten weg.

Een wijziging van verantwoordelijke kan u aangeven via de beslagfiche. Indien u hier niet over beschikt, kan u dat aanvragen bij DGZ.
Bij ‘overname’ vult u de gegevens in van de nieuwe verantwoordelijke van de dieren en vervolgens moeten beiden partijen het document ondertekenen vooraleer de fiche terug gestuurd wordt naar DGZ.
Is de verantwoordelijke overleden? Dan dienen alle erfgenamen het document te ondertekenen. Het is dan ook noodzakelijk om aan de notaris een kopie te vragen van alle wettelijke erfgenamen en dit document te vervoegen bij de beslagfiche.

Hoe een nieuwe verantwoordelijke doorgeven?


Een wijziging van verantwoordelijke kan u aangeven via de beslagfiche. Indien u hier niet over beschikt, kan u dat aanvragen bij DGZ.

Bij ‘overname’ vult u de gegevens in van de nieuwe verantwoordelijke van de dieren en vervolgens moeten beiden partijen het document ondertekenen vooraleer de fiche terug gestuurd wordt naar DGZ.

Is de verantwoordelijke overleden? Dan dienen alle erfgenamen het document te ondertekenen. Het is dan ook noodzakelijk om aan de notaris een kopie te vragen van alle wettelijke erfgenamen en dit document te vervoegen bij de beslagfiche.

Wat te doen bij overlijden?


Komt je schaap te overlijden, dan dien je contact op te nemen met RENDAC.

Als het de eerste keer is dat je contact moet nemen met Rendac om een kadaver te laten ophalen, dan kan dit op het nummer 053/640.234.
Dit kan tijdens de openingsuren:

Maandag:      07u00-18u30
Dinsdag:       07u00-18u30
Woensdag:    07u00-18u30
Donderdag:   07u00-18u30
Vrijdag:         07u00-17u30
Zaterdag:      07u00-12u00
Zondag:        gesloten

Heb je reeds in het verleden contact gehad met Rendac, dan beschik je over een klantennummer en kan je gebruik maken van het Rendac Voice Response Systeem (een geautomatiseerd telefoonbeantwoordingssysteem) op het nummer 053/640.222. Zorg dan wel dat u uw klantennummer bij de hand heeft, want deze heeft u nodig voor de melding!

In het algemeen worden de kadavers opgehaald binnen de 2 werkdagen na melding tussen 04u00 en 22u00.

Ziekten


  • Blauwtong
  • Myiasis of huidmadenziekte
  • Schmallenbergvirus
  • Zere bekjes
  • Giftige planten, struiken, bomen en groenten
Blauwtong

Wat is blauwtong?

Blauwtong is een virusziekte dat voorkomt bij de herkauwers (runderen, schapen, geiten, kameelachtigen en wilde herkauwers). Net zoals het Schmallenbergvirus wordt het blauwtongvirus overgedragen door de kriebelmuggen (maar ook via sperma en bloed kan de overdracht gebeuren). Schapen lijken echter gevoeliger te zijn voor besmetting dan andere herkauwers. De andere herkauwers lijken eerder te dienen als reservoir.

Symptomen en verloop

De besmette dieren kunnen volgende symptomen vertonen:

  • koorts
  • gezwollen en soms blauwe tong (vandaar ook de naam)
  • ontstoken mondslijmvliezen met blaasvorming
  • manken door kroonrandontsteking, rotkreupel of ontsteking van de spieren
  • longontsteking
  • minder eetlust
  • abortus of lammetjes met hersenafwijkingen
  • sterven binnen 8 tot 10 dagen na besmetting
  • langzaam herstellen gepaard gaande met verlies van wol, onvruchtbaarheid en groeivertraging

Preventie en bestrijding

Het bestrijden van de ziekte kan op twee manieren gebeuren:

  1. Vaccinatie van de dieren die besmettingsgevaar lopen.
  2. Het verplaatsen van vatbare herkauwers beperken.
Myiasis of huidmadenziekte

Dit is de belangrijkste en meest voorkomende huidziekte bij schapen. Vroeg of laat wordt elke schapenhoeder hier wel eens mee geconfronteerd.

Wat is myiasis?

Myiasis wordt veroorzaakt door de blauwegroene bromvlieg / vleesvlieg in onze streken. De vlieg wordt aangetrokken door de geur van ammoniak (rottend vlees, urine, mest) en is dan ook alom bekend als een goede karkasopruimer. Spijtig genoeg bestaat bij warm en vochtig weer de kans dat de huidschilfers en het wolvet gaan rotten op de huid. Alsook urine of mest die in de wol blijft hangen, zal een ammoniakgeur verspreiden (achterhand schaap). Als de vrouwelijke vliegen dit ruiken, gaan ze de geur opzoeken en eens ze de plek gevonden hebben, gaan ze hun eitjes hier leggen. Wetende dat zo één vlieg een 100-tal eitjes kan leggen, waaruit na 1 dag al het eerste larvestadium zicht ontwikkelt, voorspelt natuurlijk niet veel goed. Als de larven pas uit gekomen zijn (stadium 1), dan zijn ze nog niet gevaarlijk in die zin dat ze nog niet gaan bijten en het valt ook niet op bij de schapen dat ze hiermee zitten. Na enkele dagen vervellen de larven en komen ze in stadium 2 en daarna stadium 3. In deze twee laatste stadia hebben de larven wel een bijtvermogen. Zij gaan letterlijk de huid van hun gastheer opvreten en hun een weg eten doorheen het spierweefsel.

Schmallenbergvirus

Wat is het Schmallenbergvirus?

Het virus werd pas eind 2011 voor het eerst vastgesteld in Duitsland bij runderen en schapen nadat er verschillende dieren waren die atypische symptomen vertoonden voor de gekende aandoeningen. Het virus maakt deel uit van de Bunyavirussen. Deze virussen worden overgedragen door kriebelmuggen en eventueel door de gewone mug.

Bij schapen worden alleen symptomen vastgesteld bij lammeren die tijdens de dracht besmet geraken. Er treden namelijk meer abortussen op, een verhoogd aantal doodgeboortes en aangeboren afwijkingen. Daar het virus wordt overgedragen door kriebelmuggen, is de opstoot van de ziekte ook sterk gebonden aan de activiteit van deze vectoren (= dragers van het virus), namelijk tussen augustus en oktober. De problemen met abortussen, doodgeboortes en aangeboren afwijkingen vinden dan ook plaats bij het volgende werpseizoen, namelijk van midden december tot april.

Het Schmallenbergvirus zou alleen een gevaar vormen voor herkauwers en niet voor de mens.

Maatregelen en procedures:

Tot op heden zijn er geen speciale preventieve maatregelen of bestrijdingsmaatregelen.
Heb je toch een foetus of doodgeboren jong met aangeboren afwijkingen, die wijzen in de richting van een besmetting met het Schmallenbergvirus, dan financiert het FAVV de analyses om de ziekte van Schmallenberg aan te tonen in het kader van het abortusprotocol.

Zere bekjes

Wat is het?

Zere bekjes worden veroorzaakt door een virus van de pokkenfamilie en komt voor bij zowel schapen als geiten. We zien dit voornamelijk bij jonge lammeren en is zeer besmettelijk!

Het virus nestelt zich in de korstjes van geïnfecteerde dieren. Op beschadigde huid (door contact met hooi, distels…) zal het virus zich gaan ontwikkelen en groeien.

Symptomen

De korstjes worden het meest waargenomen rond de lippen, de snuit, het geslacht, eventueel de poten en rond de klauwen.
Bij de zogende ooien zien we ze zelfs opduiken op de tepels en uier, wat kan leiden tot mastitis of uierontsteking. Bij de rammen kunnen de korstjes ook boven op het hoofd voorkomen.

Het is ook al gebeurd dat de ziekte wordt vastgesteld bij dieren, die uitwendig geen of weinig symptomen vertonen. Het virus kan zich evengoed nestelen in de mond, de slokdarm en het pensslijmvlies, maar de meest voorkomende vorm is wel degelijk met de blaasjes in de mondhoeken. Deze worden korstjes en zijn dan ook zeer pijnlijk. Hierdoor kunnen de lammeren niet goed meer drinken en eten, waardoor ze kunnen sterven. Besmetting met bijkomende bacteriën is mogelijk en verergeren het alleen maar. Zijn er geen bijkomende bacteriën, dan duurt het 4 weken voordat het dier weer hersteld is.

Zéér besmettelijk!

Het virus kan heel lang overleven buiten het dier (denk hierbij aan korstjes die losgekomen zijn en in het gras of in de stal afgevallen zijn).
Besmetting gebeurt door direct contact met zieken dieren of indirect contact –>de losse korstjes waarin het virus nestelt. De infectie verspreidt zich super snel en een uitbraak duurt meestal 6 à 8 weken. Een nieuwe uitbraak kan altijd gebeuren na contact met besmet materiaal.

Behandeling

Zieke dieren kunnen alleen maar symptomatisch behandeld worden. De rest van de kudde kan geënt worden om enige bescherming te bieden.

Zoönose!

Zere bekjes is een zoönose, wat wil zeggen dat de mens ook besmet kan geraken met dit virus! Je krijgt dan last van een pijnlijke en enorm jeukende huidontsteking al dan niet gepaard gaande met koorts en gezwollen lymfeklieren. Je mag een dikke maand tellen tot herstel.

Giftige planten, struiken, bomen en groenten

Vergiftiging bij schapen en geiten komt meer voor dan men denkt. Vaak gaat het om gevallen waarbij de dieren zijn uitgebroken, dieren die over te weinig gras beschikken of die zelfs, meestal door onwetendheid, snoeiafval krijgen waar zich giftige planten tussen bevinden. Symptomen kunnen zowel acute dood zijn als klachten die doen denken aan andere problemen of ziekten. Beter voorkomen dan genezen dus!

Dieren gaan normaal gezien niet zo snel aan giftige struiken eten, vermits deze meestel vies smaken. Echter wanneer de dieren veel honger hebben en er geen ander voedsel ter beschikking is, zullen ze dit toch doen om hun honger te stillen. Ook verliezen de meeste giftige planten hun slechte smaak nadat ze mee in het hooi verwerkt zijn. Het verhakselen en drogen speelt hierin spijtig genoeg een rol.

Diagnose en behandeling

Het is niet gemakkelijk om een diagnose te stellen van vergiftiging daar de symptomen ook op andere ziekten kunnen wijzen, tenzij we natuurlijk snoeiafval in de wei vinden.
Bij acute sterfte kan de diagnose gesteld worden door in de pens gaan te kijken of er specifieke plantendelen inzitten.

Wat indien er toch vergiftiging wordt vastgesteld?

De behandeling is vooral gericht op het niet verder opnemen van de gifstoffen door het lichaam of om ze zo snel mogelijk uit het lichaam te verwijderen of het neutraliseren van de symptomen. Spijtig genoeg kunnen herkauwers niet braken en zouden we de pens chirurgisch moeten leegmaken en/of een laxatief toedienen. Om verdere absorptie tegen te gaan wordt er actieve kool toegediend. Ook is het belangrijk om het dier te behandelen tegen uitdroging en shock.

Onthou vooral dat een behandeling voor vergiftiging door planten vaak niet mogelijk is of te laat komt.

Giftige bomen

Acaciaboom

De acaciaboom bevat voornamelijk zeer sterk gif in de schors dat zorgt voor koliek, spierzwakte, verlamming en hartstilstand.

Vergiftigingen door deze boom gebeuren nadat dieren aan weidepalen van acaciahout knabbelen.

Eik

Onrijpe eikels en jong eikenblad bevatten een hoog gehalte aan looizuur (tannine), dat maag en darmen aantast met obstipatie, (bloederige) diarree en koliek tot gevolg. Schapen kunnen hier heel slecht tegen. Ze worden ook onrustig, weigeren te eten en krijgen naast de maagdarmproblemen ook een dikke buik . Soms vertonen ze een stijve gang, gevolgd door verlammingsverschijnselen. Ze drinken en urineren ook veel, wat wijst op aantasting van de nieren.

Vergiftiging wordt voornamelijk waargenomen na een storm tijdens de zomermaanden, wanneer veel onrijpe eikels en takjes afgewaaid zijn.

Giftige groenten

Prei, (sier)uien, bieslook en look

Het voederen van grote hoeveelheden van deze groenten kan ook tot afbraak leiden van de rode bloedcellen, kan rode urine veroorzaken en tot duizeligheid leiden. Schapen en geiten kunnen er wel een korte tijd tegen, maar toch liever niet doen!

Tomaten- en aardappelplanten

Deze behoren tot de familie van de nachtschadeachtigen, dus de groene plantendelen en onrijpe vruchten bevatten een gifstof die de rode bloedcellen afbreken en uiteindelijk leidt tot verlamming van het hart en het ademhalingsstelsel. Ook kiemen op aardappelen en aardappelen die groen geworden zijn onder invloed van licht, zijn giftig.

Giftige planten

Adelaarsvaren

Adelaarsvaren komt voornamelijk voor aan bosranden en is heel giftig, zowel in verse als in droge vorm. De vergiftiging wordt pas opgemerkt als de dieren al enkele weken de plant opnemen. Schapen zouden iets minder gevoelig zijn, wat niet wil zeggen dat ze ervan mogen eten, wetende dat hooi bestaande uit 50% adelaarsvaren dodelijk is voor een rund na 1 maand!

De dieren gaan vermageren, worden suf, krijgen slijmerige neusvloei, kolieken, koorts, bloederige diarree en urine, geelzucht, blaaskanker, darmkanker en blindheid bij oudere dieren (>2 jaar). Het probleem van de blindheid bij schapen is dat dit een langzaam verloop kent, waardoor de dieren zich goed aanpassen aan de nieuwe situatie zolang ze in dezelfde omgeving blijven met als gevolg dat dit symptoom lang onopgemerkt blijft.

Bastaardklaver (Trifolium)

Deze plant komt voornamelijk voor op zure weilanden.
In de lente is de giftigheid van de plant het grootste alsook op vochtige weiden. Langdurige opname leidt tot leverschade en zonnebrand. Meerdere dieren op dezelfde wei zullen zonnebrand vertonen. Als je dit ziet en er staat ook bastaardklaver, dan wijst dit op vergiftiging van deze plant.

Goudenregen

Goudenregen is de meest giftigste sierplant. Vooral de bloemen en zaden bevatten een gifstof die volgende symptomen geeft: diarree, koliek, overmatig speekselen, krampachtige ademhaling, verhoogde bloeddruk, stuipen en verlamming met daaropvolgend sterfte door ademstilstand.

Heermoes of paardestaart of kattestaart

Heermoes veroorzaakt vooral bij de lammeren diarree en vermageren.
Ook worden tekenen van verhoogde prikkelbaarheid en onzekere gang waargenomen. De melkgift kan plots afnemen en de melk gaat een blauwe schijn krijgen en bitter smaken. Bij erge gevallen van vergiftiging kan er zelfs verlamming en de dood optreden.

De plant is een enorm probleem op natte weilanden en is zeer moeilijk te bestrijden.
In gedroogde toestand wordt deze plant iets minder giftig, maar het zal nog steeds symptomen blijven geven die de dood als gevolg kunnen hebben!

Jacobskruiskruid

Jacobskruiskruid is een zeer giftige plant die bij langdurige inname onomkeerbare schade aan de lever aanricht. Schapen zouden iets minder gevoelig zijn dan geiten (runderen en paarden). Als deze plant verwerkt wordt in hooi, dan zal de slechte bittere smaak verdwijnen, maar de gifstoffen blijven zelfs in de gedroogde plant werkzaam. Deze plant wordt ook wel de stille gele moordenaar genoemd.

De dieren verliezen hun eetlust, gaan vermageren en worden sloom.

Nachtschadeachtigen

Bijna alle planten van deze familie zijn giftig: aardappelen, tomaten, paprika, aubergine, zwarte nachtschade, bitterzoet… Deze bevatten namelijk de gifstof solanine die de rode bloedcellen afbreekt en de darmen irriteert. De dieren gaan speekselen, worden slap, krijgen diarree en worden kortademig. Uiteindelijk worden hart- en ademhalingsstelsel zo aangetast wat leidt tot een fatale verlamming.

Pieris

Pieris bevat net als rhododendron en azalea een sterk zenuwgif dat speekselen, schuimbekken, knarsetanden wankelen en acute dood veroorzaakt.

Sint-Janskruid

Sint-Janskruid wordt vaak verward met Jacobskruiskruid ondanks deze er toch anders uitziet.

Bij inname van deze plant gaan de oorpunten afsterven. 100g vers of 300g gedroogd blad is reeds voldoende om de symptomen waar te nemen.

Smeerwortel

Smeerwortel mag dan wel vit B12 bevatten, toch is deze giftig naar de lever toe. Langdurige consumptie zal dan ook tot leverschade leiden.

Deze plant komt voor in allerlei kleuren: helderblauw, lichtblauw, crème, lichtgeel, purperviolet of wit.

Waterscheerling

Waterscheerling wordt beschouwd als de giftigste wilde plant van Europa en komt normaal alleen voor in sloten en op veengronden, maar kan spijtig genoeg terechtkomen in weilanden na het schoonmaken van sloten. Een klein stukje wortel is al voldoende om een geit, schaap, rund of paard te doden. Ook na het drogen, blijft deze plant zeer giftig!

De dieren krijgen hevige krampen over heel het lichaam, er treden ontstekingen op ter hoogte van het maagdarmstelsel en ze gaan hevig speekselen. Uiteindelijk treedt er verlamming op en sterven ze door ademstilstand.

Giftige struiken

Buxus

Ook buxus is een zeer giftige struik. 750 gram snoeisel leidt al tot een fatale ademstilstand. Gelukkig heeft deze plant een zeer afstotelijke geur, waardoor de dieren al niet snel geneigd gaan zijn om hiervan te eten.

Laurierkers en cotoneaster

Vergiftiging met deze twee struiken zien we vooral wanneer het snoeisel binnen het bereik van de dieren komt.
Na opname hiervan gebeurt er in het lichaam een reactie waardoor er cyanide (blauwzuur) wordt geproduceerd. Dit wordt heel snel opgenomen in de bloedbaan, waarna het in de lever normaal gezien onschadelijk wordt gemaakt. Als dit niet of niet volledig lukt, dan ontstaat er blauwzuurvergiftiging. Blauwzuur blokkeert het zuurstoftransport. Snoeisel dat al een tijdje ligt, is zelfs nog gevaarlijk aangezien de omzetting naar blauwzuur dan al is gebeurd.

Bij een lage concentratie aan blauwzuur, zal dit irritatie geven aan de bovenste luchtwegen en slijmvliezen.
Bij een gemiddelde concentratie treden er ook krampen en bewusteloosheid op. Het dier zal dan ook sterven binnen het half uur.
Bij een hoge concentratie is blauwzuur direct dodelijk.

Voor schapen en geiten is dagelijks 200g laurierkers giftig. Na sterfte en autopsie komt er een typische amandelgeur naar boven.

Oleander

Oleander bevat net zoals rhododendron en azalea een sterk zenuwgif dat speekselen, schuimbekken, knarsetanden, wankelen en acute dood veroorzaakt.

Rhododendron en azalea

Rhododendron en azalea bevatten een sterk zenuwgif dat een prikkelende werking heeft op het gladdespierweefsel en veroorzaakt verlamming van de skeletspieren. De dood treedt uiteindelijk in door ademstilstand. De dieren gaan speekselen, schuimbekken, knarsetanden, wankelen en sterven uiteindelijk.

Vergiftiging door deze planten zien we voornamelijk in de winter als deze bedekt zijn door de sneeuw. De dieren gaan dan af op het groene blad.

Taxus

Taxus is de meest giftigste plant van West-Europa, maar is toch heel populair als haag. De meeste vergiftigingen gebeuren dan ook door de onwetendheid van omwonenden die het snoeiafval voederen. Taxus geeft problemen met de ademhaling en bloedsomloop. De gifstof taxine gaat ook inwerken op de hartspiercellen waardoor acute hartstilstand kan ontstaan. 100 gram is voldoende om binnen het half uur sterfte te veroorzaken, kleinere hoeveelheden veroorzaken eerder krampen en diarree.